Vaak gestelde vragen

18 resultaten gevonden

Pagina's

U hebt het Huurgarantiefonds tijdig op de hoogte gebracht van de vordering, en de vrederechter heeft een vonnis geveld waarin hij de huurder uitstel van betaling verleent: wat nu?

Nadat u het Huurgarantiefonds tijdig hebt verwittigd van het inleiden van de vordering, stelt het Huurgarantiefonds binnen 10 werkdagen een gerechtsdeurwaarder aan;

  1. Het Huurgarantiefonds stelt u hiervan op de hoogte binnen 10 werkdagen na de aanstelling van de gerechtsdeurwaarder.
  2. U dient het vonnis SAMEN met de kennisgevingsbrief van de griffie binnen 10 werkdagen te bezorgen aan de aangewezen gerechtsdeurwaarder (dit is de brief die de griffier bij het vonnis heeft gevoegd, en die u hebt ontvangen. Om na te kunnen gaan of u het vonnis tijdig aan het Fonds hebt overgemaakt, moet u deze kennisgevingsbrief toevoegen)
  3. Dan stuurt de gerechtsdeurwaarder de huurder een brief om hem te zeggen dat hij de lopende en achterstallige huur moet betalen aan de gerechtsdeurwaarder;
  4. De gerechtsdeurwaarder stuurt ook u een brief, met de vraag de betalingen door de huurder, volgens het opgelegde afbetalingsplan, te melden;
  5. De gerechtsdeurwaarder kijkt elke maand na of de huurder tijdig betaalt;
  6. Als de huurder zijn afbetalingsplan niet naleeft, dan komt het Huurgarantiefonds tegemoet voor de huurachterstand die de huurder voor die maand moest betalen. Het huurgarantiefonds blijft tegemoetkomen tot het maximum van drie maanden huur of € 2.883 is bereikt. Het Huurgarantiefonds komt niet tegemoet voor de lopende huur en de lopende kosten.

Een voorbeeld:

De vrederechter legt de huurder een afbetalingsplan op waarbij hij elke maand  € 100 dient terug te betalen van de opgelopen huurachterstand, bovenop de lopende huurprijs van € 500. Betaalt de huurder € 600 aan de gerechstdeurwaarder, dan stort die dit bedrag door aan de verhuurder, en keert het Fonds geen tegemoetkoming uit voor die maand.

Betaalt de huurder € 550 aan de gerechtsdeurwaarder, dan vraagt die € 50 aan het Fonds en betaalt de tegemoetkoming samen met de storting van de huurder aan de verhuurder.

Betaalt de huurder slechts € 300 of minder aan de gerechtsdeurwaarder, dan zal het Fonds voor die maand voor maximaal € 100 tegemoetkomen.

Als de huurder het opgelegde afbetalingsplan niet naleeft, kan de verhuurder de uithuiszetting vorderen. Het Huurgarantiefonds zal dan bij de uithuiszetting het saldo van de tegemoetkoming in één keer uitbetalen.

Voor welk bedrag komt het Huurgarantiefonds tussenbeide?

Het Huurgarantiefonds komt tussen voor een maximumbedrag van drie maanden huur, met een plafond van € 2.965, en dit telkens de huurder het opgelegde afbetalingsplan niet naleeft

Wanneer wordt uw aanvraag tot aansluiting bij het Huurgarantiefonds afgewezen?

Uw aanvraag tot aansluiting kan omwille van de volgende redenen worden afgewezen:

  • uw aanvraagformulier is niet ondertekend;
  • de bijgevoegde huurovereenkomst is niet ondertekend;
  • u hebt uw aanvraag niet ingediend binnen twee maanden na ondertekening van de huurovereenkomst;
  • de huurwoning ligt niet in het Vlaamse Gewest;
  • u hebt een onvolledige aanvraag niet tijdig aangevuld;
  • u hebt uw aansluitingsvergoeding niet tijdig betaald;
  • de huurwoning die u verhuurt is niet conform volgens de Wooncode

Wat doet het Huurgarantiefonds voor u als verhuurder?

Het huurgarantiefonds komt tegemoet bij huurachterstand als:

  1. de huurder een huurachterstand van drie maanden heeft EN
  2. de vrederechter hem uitstel van betaling verleent en een afbetalingsplan oplegt EN
  3. de huurder het opgelegde afbetalingsplan niet naleeft.

Wat kunt u doen als u vindt dat uw aanvraag tot aansluiting bij het Huurgarantiefonds ten onrechte werd afgewezen?

Als uw aanvraag is afgewezen, hebt u een maand de tijd om in beroep te gaan tegen die beslissing. Dit beroep moet u motiveren, en per aangetekende brief versturen naar:

Agentschap Wonen-Vlaanderen
T.a.v. de administrateur-generaal
Herman Teirlinckgebouw
Havenlaan 88 bus 40A
1000 Brussel

Uw beroep moet binnen de maand na ontvangst beantwoord zijn. Als u geen antwoord ontvangt binnen deze termijn, is uw beroep gegrond en kunt u zich alsnog aansluiten bij het Huurgarantiefonds.

Wat moet u doen als u uw huurcontract wenst aan te sluiten bij het Huurgarantiefonds maar uw huurovereenkomst nog niet is geregistreerd?

Als verhuurder bent u verplicht het huurcontract te laten registreren. Het laten registreren van uw huurcontract kan enige tijd duren. U doet er goed aan uw huurcontract dadelijk na de ondertekening te laten registreren bij het bevoegde registratiekantoor. Dit kan u doen door het zelf ter plaatse aan te bieden voor registratie. U krijgt ter plaatse de geregistreerde documenten terug. De aanvraag tot registratie kan ook via post, mail of fax of via myrent.be. Hou dan rekening met de tijd die nodig is voor behandeling en terugzending door de bevoegde diensten. Alle informatie over registratie van huurovereenkomsten vindt u op www.myrent.be.

Let wel: als de registratie van het contract op zich laat wachten, kunt u uw aanvraag al indienen voor het contract is geregistreerd. De termijn van twee maanden voor het indienen van uw aanvraag tot aansluiting bij het Huurgarantiefonds mag u niet overschrijden, ook niet als de registratie langer duurt. In dat geval mag u de kopie van de geregistreerde huurovereenkomst achteraf nasturen.

Welke gegevens hebt u nodig om het huurcontract aan te sluiten bij het Huurgarantiefonds?

Een kopie van de geregistreerde huurovereenkomst met registratiestempel. Doe de aanvraag tot aansluiting ook wanneer u niet over een geregistreerde huurovereenkomst beschikt. Stuur een kopie van de ondertekende huurovereenkomst mee. Later zal u worden gevraagd uw dossier aan te vullen met de geregistreerde huurovereenkomst.

Welke huurcontracten komen in aanmerking voor aansluiting bij het Huurgarantiefonds?

  1. Nieuwe huurcontracten: u dient de aanvraag tot aansluiting te doen binnen twee maanden na de datum van ondertekening van het huurcontract.
  2. De verhuurde woning moet in het Vlaamse Gewest liggen.
  3. Het moet een woninghuurcontract zijn, voor een woning waar de huurder zijn hoofdverblijfplaats heeft. Een contract van handelshuur of de verhuur van bv. een garage komt dus niet in aanmerking.
  4. De huurder is een natuurlijk persoon.
  5. De verhuurder kan zowel een natuurlijk persoon als een vennootschap zijn.

Pagina's