Vaak gestelde vragen

228 resultaten gevonden

Pagina's

Aan welke voorwaarden moeten meerderjarige kinderen, die uit het buitenland overkomen, voldoen als ze in een al toegewezen sociale huurwoning willen wonen?

Meerderjarige kinderen die overkomen uit het buitenland moeten voldoen aan de toetredingsvoorwaarden om toe te treden tot het huurcontract. Het spreekt vanzelf dat u hen de tijd geeft om de administratieve verplichtingen in orde te brengen. Dit is vooral van belang voor de inschrijving in het vreemdelingenregister. Als ze voldoen, worden ze huurder categorie c). Ze moeten hiervoor een bijvoegsel ondertekenen. Hierna start de proefperiode.

Aan wie kent u de voorrang wegens onbewoonbaarverklaring toe, als een koppel uit elkaar gaat?

Een koppel schrijft zich in en geniet een voorrang door onbewoonbaarverklaring. Tijdens hun wachttijd gaan ze uit elkaar. Aan wie van hen kent u deze voorrang toe?

Een voorrangscode door onbewoonbaarverklaring kan maar één keer tot een voorrang leiden (zie artikel 19, 3de lid Kaderbesluit Sociale Huur). Wie van deze personen recht heeft op deze voorrang, hangt af van hoeveel kandidaat-huurders er blijven kandideren.

Blijft er maar één kandidaat over?

Wilt maar één kandidaat de inschrijving behouden? Dan behoudt deze persoon ook de voorrang.

Blijven zij elk afzonderlijk kandidaat?

Willen zij allebei hun inschrijving behouden? Dan komen zij allebei in aanmerking voor deze voorrangsregel. Zodra u aan één van hen een woning toewijst, kan de andere persoon geen aanspraak meer maken op deze voorrang.

In de praktijk zal de voorkeur van de ligging, het type woning, de maximale huurprijs én desnoods het inschrijvingsnummer bepalen wie een toewijzing krijgt.

Als een kandidaat-huurder niet voldoet aan de inkomensvoorwaarde, kunt u ook kijken naar het actueel besteedbaar inkomen (ABI). Geldt dit alleen voor een persoon in schuldbemiddeling of ook voor andere kandidaat-huurders?

U kijkt naar het ABI als de kandidaat bij inschrijving/toelating niet voldoet aan de inkomensvoorwaarde en in schuldbemiddeling is. Het ABI wordt vastgesteld voor alle kandidaat-huurders, namelijk alle meerderjarige personen waarvan het inkomen in rekening wordt gebracht. Het volstaat dus dat één iemand van het gezin in schuldbemiddeling is.

Maar, in de praktijk wordt er per persoon naar het Netto Belastbaar Inkomen (NBI) van drie van de laatste zes maanden gekeken. Eventuele schuldaflossingen, alimentatiegelden en vrijgestelde inkomsten worden van dit netto belastbaar inkomen afgetrokken.

Voor personen waarbij geen van deze drie ´kosten´ kunnen worden afgetrokken, zal het ABI gelijk zijn aan het NBI. Vervolgens worden de inkomens samengevoegd tot een gezamenlijk gezinsinkomen. (Lees ook: art.1, eerste lid, 1° van het KSH

Voor de huurprijsberekening kijkt u altijd naar het totale gezinsinkomen.

Als het gezinsinkomen lager is dan het leefloon, moet u het dan verhogen tot het geldende leefloon?

Voor de inschrijving van de kandidaat-huurder geldt dit sinds 1 maart 2017 niet langer, voor de huurprijsberekening wel.

Is het totale gezinsinkomen (inkomen van alle meerderjarige gezinsleden) lager dan het toepasselijke leefloon? Dan schakelt u het inkomen gelijk met het leefloon dat voor dat gezin geldt (lees ook: art. 46, vierde lid KSH).

Als u het inkomen bepaalt, moet u dan ook rekening houden met personen die 25 jaar zijn of 25 jaar worden in de loop van het jaar?

In principe moet u pas op 1 januari van het volgende kalenderjaar rekening houden met het inkomen van deze persoon om de huurprijs te berekenen.
Opgelet: dit geldt niet als de huurprijs wordt herberekend door bijvoorbeeld een gedaald inkomen voor het referentiejaar.

Art.29 van de typehuurovereenkomst bepaalt dat de verhuurder een brandverzekering afsluit met afstand van verhaal voor de huurwoningen. Hoe is dit bij de huurovereenkomst van voor 1 januari 2008?

Het afsluiten van die verzekering is enkel voorzien in de typehuurovereenkomsten van na 1 januari 2008. U moet een dergelijke verzekering enkel afsluiten voor de huurders met een huurovereenkomst van na 1 januari 2008.

Behouden huurders hun huurderscategorie bij een verhuis zonder voorrangsregel?

Als een huurder van categorie A of B verhuist, al dan niet met andere gezinsleden, behouden zij hun vastgestelde woonrechten als de verhuis gebeurt volgens de voorrangsregels. (zie artikel 31, derde lid KSH)

Deze voorrangsregels zijn:

Vanaf 1 maart 2017 krijgen huurders die zich inschrijven voor een andere woning zonder beroep te (kunnen) doen op een voorrangsregel, de mogelijkheid om een andere referentiehuurder te kiezen. Op deze manier kunnen zij hun woonrechten anders vaststellen bij toewijzing.

Voorbeeld

Een gezin dat bestaat uit een moeder (categorie A + referentiehuurder), een vader (categorie B) en een meerderjarige zoon (categorie C) beslissen om te muteren zonder beroep te doen op een voorrangsregel. Zij krijgen vanaf 1 maart 2017 de mogelijkheid om een andere referentiehuurder te kiezen.

Beslissen zij dat de vader de nieuwe referentiehuurder wordt? Dan zien de huurderscategorieën er als volgt uit: vader (categorie A + referentiehuurder), moeder (categorie A) en zoon (categorie C).

Beslissen zij dat de zoon de nieuwe referentiehuurder wordt? Dan zien de huurderscategorieën er als volgt uit: vader (categorie C), moeder (categorie C) en zoon (categorie A + referentiehuurder).

Verhuist het gezin mét een voorrangsregel, dan blijven de huurderscategorieën behouden (zie art. 31, derde lid KSH).

Beide ouders leven niet langer samen en zijn allebei apart sociale huurders. Hierdoor hebben ze elk recht op een halve gezinskorting. Hoe kunt u hun verklaring nagaan?

De ouder bij wie het kind niet gedomicilieerd is, moet een verklaring op eer (getekend door beide ouders) binnenbrengen om de helft van de gezinskorting op te eisen. Dan moet u nagaan of de andere ouder inderdaad ook een sociale woning huurt.

Hoe doet u dit? Via de KSZ vraagt u het adres op met het inschrijvingsnummer van de sociale zekerheid.

Huurt de andere ouder geen sociale woning? Dan verwittigt u de andere SHM dat de ouders zo een verklaring hebben ondertekend.

Bent u verplicht een schriftelijke garantie of borgstelling van het OCMW te aanvaarden als waarborg voor de sociale huurwoning?

Ja. Als een OCMW zich borg of garant stelt, moet u dit als waarborg aanvaarden. De kandidaat-huurder heeft het recht om de waarborg door deze garanties te vervangen. Het doel van de huurwaarborg (garantie dat huurderverplichtingen nageleefd worden) is zo bereikt. (lees ook: art.37, §4 van het KSH)

Berekening forfaitaire beroepskosten inkomstenjaar 2018: zijn de percentages per inkomensschijf weggevallen?

Berekent u het huidige inkomen van een werknemer? Dan houdt u rekening met de beroepskosten. Beroepskosten zijn kosten die u van het belastbaar inkomen aftrekt. U berekent ze forfaitair.

Inkomsten uit 2017

Voor inkomsten uit 2017 zijn de beroepskosten gebaseerd op drie inkomensschijven:

  • Van 0,01 tot 8.620 euro: 30%

  • Van 8.620 tot 20.630 euro: 11%

  • Vanaf 20.630 euro: 3%

De forfaitaire beroepskosten voor werknemers bedroegen in 2017 maximaal 4.320 euro.

Inkomsten uit 2018

Voor inkomsten uit 2018 berekent u het kostenforfait tegen een gelijk tarief van 30%. Dit is één van de extra maatregelen die de regering trof om het netto-inkomen van de werknemers te verhogen. Er is dus geen opsplitsing meer per inkomensschijf.

De forfaitaire beroepskosten voor werknemers bedragen in 2018 maximaal 4.720 euro.

Op Woonnet vindt u een Excelbestand waarmee u de forfaitaire beroepskosten kunt uitrekenen.

Pagina's