Vaak gestelde vragen

27 resultaten gevonden

Pagina's

De sociale last is al uitgevoerd, of nog in uitvoering?

De onwettigheid die ontstaat naar aanleiding van het arrest van het Grondwettelijk Hof, heeft niet tot gevolg dat de bestaande sociale lasten uit het rechtsverkeer verdwijnen. De vergunninghouder kan stappen ondernemen om de sociale last weg te werken (Zie ook vorige vraag "Ik heb een verkavelingsvergunning of stedenbouwkundige vergunning waarin een sociale last werd opgelegd. Wat kan ik doen?"), maar hij kan er evengoed voor opteren de sociale last vrijwillig uit te voeren.

Uitvoering in natura

Sociale last is al uitgevoerd

Verkoopovereenkomsten met sociale woonorganisaties (m.b.t. sociale huurwoningen) blijven in principe geldig.

Verkoopovereenkomsten met sociale kopers (m.b.t. sociale koopwoningen en sociale kavels) en huurcontracten met sociale huurders (m.b.t. sociale huurders) blijven in principe geldig.

Sociale last is nog niet uitgevoerd

De vergunninghouder kan, als hij dat wenst, zelf een sociaal woonaanbod realiseren. Als hij geen initiatief heeft genomen om de sociale last uit de vergunning te halen, blijft de last uitvoerbaar.

Er kan een overeenkomst gesloten worden over een vrijwillige realisatie van het sociaal woonaanbod. Om dit mogelijk te maken, stelt de VMSW een model van koop-verkoopovereenkomst en een model van vaststellingsovereenkomst ter beschikking. Wel dient aangestipt te worden dat de context waarin een dergelijke overeenkomst gesloten wordt, er een is zonder de vernietigde steunmaatregelen. Echter, in zoverre het gaat om sociale huurwoningen, kan teruggevallen worden op het btw-Wetboek en het Wetboek der registratie-, hypotheek en griffierechten om toch nog de verlaagde tarieven toe te passen.

Verkoop van gronden aan een sociale woonorganisatie

Sociale last is al uitgevoerd

Verkoopovereenkomsten met sociale woonorganisaties blijven in principe geldig.

Sociale last is nog niet uitgevoerd

De vergunninghouder kan, als hij dat wenst, een of meer gronden verkopen aan een sociale woonorganisatie met het oog op de realisatie van een sociaal woonaanbod. Als hij geen initiatief heeft genomen om de sociale last uit de vergunning te halen, blijft de last uitvoerbaar.

Verhuring van woningen aan een sociaal verhuurkantoor

Sociale last is al uitgevoerd

Hoofdhuurcontracten met sociale verhuurkantoren blijven in principe geldig. Onderhuurcontracten met sociale huurders blijven in principe geldig.

Sociale last is nog niet uitgevoerd

De vergunninghouder kan, als hij dat wenst, voor een of meer woningen een hoofdhuurcontract sluiten met een sociaal verhuurkantoor met het oog op de onderverhuring als sociale huurwoningen. Als hij geen initiatief heeft genomen om de sociale last uit de vergunning te halen, blijft de last uitvoerbaar.

Storting van een sociale bijdrage aan de gemeente

De reeds betaalde sociale bijdragen maken deel uit van een sociale last. Ze kunnen in principe pas teruggevorderd worden nadat de vergunninghouder stappen heeft ondernomen om de sociale last weg te werken.

Als uit princiepsrechtspraak blijkt dat de gemeenten de geïnde sociale bijdragen aan de projectontwikkelaars moeten terugbetalen, zal de Vlaamse Regering de kosten ervan ten hare laste nemen op voorwaarde dat kan worden aangetoond dat de sociale bijdrage vóór 7 november 2013 werd aangewend voor het lokaal sociaal woonbeleid zoals decretaal werd opgelegd.

Een woonparkgebied heeft verordenende bouwvoorschriften die de realisatie van een bescheiden woonaanbod onmogelijk maken. Hoe gaat men daarmee om?

Men moet als ontwikkelaar steeds een uitvoeringswijze kiezen de verenigbaar is met de stedenbouwkundige voorschriften die gelden in een bepaald gebied. In woonparkgebied betekent dit dat men de last bescheiden wonen alleen maar kan uitvoeren door ze af te kopen of door de last te verleggen volgens de regels van art. 4.2.8/1.

Hoe is de nulmeting van 2007 in het kader van het bindend sociaal objectief berekend?

De nulmeting van 2007 is bepaald in de bijlage bij het decreet Grond- en Pandenbeleid. Deze meting bepaalt het sociaal woonaanbod per gemeente op 31/12/2007. Hierbij werd rekening gehouden met het sociaal huuraanbod van de sociale verhuurkantoren en de sociale huisvestingsmaatschappijen. De meting van de sociale koopwoningen en sociale kavels van sociale huisvestigingsmaatschappijen die verkocht werden volgens het Overdrachtenbesluit behouden hun status van sociaal woonaanbod tot respectievelijk 20 jaar en 10 jaar na de verkoop.

Hoe moet de afrondingsregel voor een last inzake de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod te worden toegepast?

Als de toepasselijke normering één specifiek percentage oplegt (er is dus geen minimum of maximum), wordt zonder beperking afgerond naar het dichtstbijzijnde natuurlijke getal.

Hoe moet het bedrag van de bijdrage berekend worden in uitvoering van een “bescheiden last”?

“Het geïndexeerde forfaitair bedrag voor het grondaandeel bij de aankoop van een bestaande woning waaraan hoogstens beperkt investeringen moeten worden gedaan voor ze ter beschikking kan worden gesteld als sociale huurwoning (= def. “goede woning”) is opgenomen in artikel 34 van het Procedurebesluit Wonen van 25 oktober 2013. Het oorspronkelijke forfaitaire bedrag was 25.000 euro. Dat forfaitaire bedrag dient jaarlijks op 1 januari aangepast te worden aan de evolutie van de verkoopprijs per m² van bouwgronden in het Vlaamse Gewest tijdens het voorgaande jaar, zoals die door de FOD Financiën wordt gepubliceerd, met als basis de gemiddelde verkoopprijs van 111 euro / m² in 2005. Het resultaat wordt afgerond naar het eerstvolgende veelvoud van 100 euro.

  1. Voor 2010 geldt: 33.400 euro
  2. Voor 2011 geldt: 35.000 euro
  3. Voor 2012 geldt: 35.500 euro
  4. Voor 2013 geldt: 37.000 euro
  5. Voor 2014 geldt: 38.500 euro
  6. Voor 2015 geldt: 39.600 euro
  7. Voor 2016 geldt: 40.400 euro
  8. Voor 2017 geldt: 40.300 euro
  9. Voor 2018 geldt: 40.300 euro
  10. Voor 2019 geldt: 40.300 euro
  11. Voor 2020 geldt: 40.300 euro

 

Ik heb een verkavelingsvergunning of stedenbouwkundige vergunning waarin een sociale last werd opgelegd. Wat kan ik doen?

De onwettigheid die ontstaat naar aanleiding van het arrest van het Grondwettelijk Hof, heeft niet tot gevolg dat de bestaande sociale lasten uit het rechtsverkeer verdwijnen. Bestaande beslissingen blijven hun gelding behouden tot op het ogenblik dat zij hervormd of ingetrokken worden, buiten toepassing worden gelaten door de Hoven en Rechtbanken (artikel 159 GW), of totdat er een nieuwe vergunning wordt afgeleverd.

Hoewel de opgelegde sociale last blijft bestaan, is de rechtsgeldigheid ervan aangetast. Er zijn  verschillende manieren om dit weg te werken. Het wegvallen van de last heeft in principe geen impact op de geldigheid van de vergunning.

De vergunninghouder kan er ook voor opteren de sociale last vrijwillig uit te voeren.

De gemeente heeft een vergunning verleend?

Intrekking

Intrekking sociale last?

De sociale last die in een vergunning is opgelegd op grond van artikel 4.1.16 t.e.m. artikel 4.1.26 DGPB, kon worden ingetrokken door het college van burgemeester en schepenen. De rechtsgeldigheid van de vergunning zelf is niet aangetast, waardoor deze niet kan worden ingetrokken, enkel de bijhorende sociale last. 

De uiterste datum om een beslissing tot intrekking te nemen was op 11 augustus 2014. Indien dit niet gebeurd is, of indien er geen tijdig beroep werd ingesteld bij de Deputatie (zie verder), is de last juridisch definitief en uitvoerbaar. Door het stilzitten heeft de vergunninghouder de rechtmatigheid van de opgelegde sociale last aanvaard, waardoor deze tot de interne rechtsorde is gaan behoren. De vergunninghouder is er dan in principe toe gehouden deze verder uit te voeren.

Indien de beslissing tijdig werd ingetrokken, wordt deze geacht nooit hebben bestaan. De sociale last valt weg. Voor het overige blijft de vergunning met de bijhorende plannen onverkort van toepassing. 

Wat met de bescheiden last?

Indien in uw gemeente een reglement Sociaal Wonen van toepassing is en de bescheiden last werd berekend als het verschil tussen het percentage bescheiden woonaanbod en het percentage sociaal woonaanbod uit dit reglement, moet in principe de bescheiden last verhoogd worden. De termijn om hierover een nieuwe beslissing te nemen is in de meeste gevallen intussen verstreken, waardoor dit niet meer rechtgezet kan worden middels een intrekking. De verhoging van de bescheiden last kan enkel gebeuren wanneer men in beroep zou gaan tegen de last of wanneer een nieuwe vergunning wordt aangevraagd.

Wat indien er een financiële waarborg werd gevraagd?

Indien er op basis van artikel 4.2.20 VCRO een financiële waarborg werd gevraagd voor de uitvoering van de sociale last, kan de beslissing tot het opleggen van deze waarborg mee worden ingetrokken. Het gaat hier eveneens om een last die in principe afsplitsbaar is van de vergunning, zodat deze laatste in voorkomend geval met de bijhorende plannen onverkort van toepassing blijft.

Beroep bij de deputatie

Instellen administratief beroep?

Om de sociale last uit het rechtsverkeer te laten verdwijnen, kon er een beroep gedaan worden op de heropening van de beroepstermijn zoals voorzien in artikel 18 van de Bijzondere Wet op het Grondwettelijk Hof. Op basis daarvan kon tot en met 11 augustus 2014 tegen een vergunning waarin een sociale last werd opgelegd  op grond van artikel 4.1.16 t.e.m. artikel 4.1.26 DGPB, een administratief beroep worden ingesteld bij de Deputatie.

Indien dit niet gebeurd is, of indien de beslissing niet tijdig werd ingetrokken, is de last juridisch definitief en uitvoerbaar. Door het stilzitten heeft de vergunninghouder de rechtmatigheid van de opgelegde sociale last aanvaard, waardoor deze tot de interne rechtsorde is gaan behoren. De vergunninghouder is er dan in principe toe gehouden deze verder uit te voeren.

Indien tijdig een beroep werd ingesteld, moet de Deputatie een nieuwe beslissing ten gronde nemen. 

Wat met de bescheiden last?

Indien in uw gemeente een reglement Sociaal Wonen van toepassing is en de bescheiden last werd berekend als het verschil tussen het percentage bescheiden woonaanbod en het percentage sociaal woonaanbod uit dit reglement, moet in principe de bescheiden last verhoogd worden. De deputatie heeft de mogelijkheid om een nieuwe beslissing inzake de bescheiden last te nemen, doch enkel voor zover dit geen essentiële wijziging van de plannen met zich mee brengt. Indien bijvoorbeeld de dichtheid moet aangepast worden, de perceelafmetingen of de grootte van de woningen, en er voor de aanvraag een openbaar onderzoek werd georganiseerd, kan dit enkel aangepast worden door middel van een nieuwe aangepaste vergunningsaanvraag met een nieuw openbaar onderzoek. Een andere mogelijke oplossing bestaat er in om de verhoging van de bescheiden last uit te voeren door een storting van een bijdrage conform artikel 4.2.8 DGPB.

Aanvraag voor een nieuwe vergunning

De vergunninghouder heeft de mogelijkheid om een nieuwe aanvraag in te dienen bij het college van burgemeester en schepenen. Indien de werken reeds uitgevoerd zijn, kan er een regularisatie aangevraagd worden.

In de nieuwe vergunning kan geen sociale last conform het DGPB opgelegd worden. Wel zal de aanvraag de volledige administratieve procedure moeten doorlopen en moet deze beoordeeld worden op basis van de huidige wetgeving en feitelijke situatie.

Indien de aanvraag onderworpen is aan een norm bescheiden woonaanbod, zal er in de aanvraag nog steeds een bescheiden last opgelegd worden (artikel 4.2.5. DGPB). Indien in de vorige aanvraag de bescheiden last werd berekend als het verschil tussen het percentage bescheiden woonaanbod en het percentage sociaal woonaanbod uit het reglement Sociaal Wonen, moet de bescheiden last in de nieuwe aanvraag verhoogd worden. In een nieuwe aanvraag kunnen de plannen aangepast worden om te voldoen aan het bescheiden woonaanbod. Het kan bijvoorbeeld nodig zijn om de dichtheid aan te passen, of het volume van de woning of de perceelafmetingen.

Aanvraag voor een verkavelingswijziging

Indien er in een verkavelingsvergunning een sociale last werd opgelegd, kan er een verkavelingswijziging aangevraagd worden conform artikel 4.6.7 VCRO.
In de nieuwe vergunning kan geen sociale last conform het DGPB opgelegd worden. Wel zal de aanvraag de volledige administratieve procedure moeten doorlopen en moet deze beoordeeld worden op basis van de huidige wetgeving en feitelijke situatie.
Indien de aanvraag onderworpen is aan een norm bescheiden woonaanbod, zal er nog steeds een bescheiden last opgelegd moeten worden (artikel 4.2.5. DGPB). Indien in de vorige aanvraag de bescheiden last werd berekend als het verschil tussen het percentage bescheiden woonaanbod en het percentage sociaal woonaanbod uit het reglement Sociaal Wonen, moet de bescheiden last in de nieuwe aanvraag verhoogd worden. In een nieuwe aanvraag kunnen de plannen aangepast worden om te voldoen aan het bescheiden woonaanbod. Het kan bijvoorbeeld nodig zijn om de dichtheid aan te passen, of het volume van de woning of de perceelafmetingen.

De vergunning met sociale last ongewijzigd laten

De vergunninghouder kan er voor opteren om niets te ondernemen en de sociale last verder uit te voeren.  (Zie ook volgende vraag: "de sociale last is al uitgevoerd of nog in uitvoering").

Als de vergunninghouder heeft nagelaten enig nuttig initiatief te nemen binnen de voorgeschreven zes-maandentermijn, is de sociale last juridisch definitief en uitvoerbaar. Door het stilzitten heeft de vergunninghouder de rechtmatigheid van de opgelegde sociale last aanvaard, waardoor deze tot de interne rechtsorde is gaan behoren. De vergunninghouder kan geen beroep meer doen op een schadevergoeding of een terugvordering wegens onverschuldigde betaling.[1]

 

[1] Cass. 8 mei 2014, http://www.cass.be, concl. A. VAN INGELGEM, LRB 2014, afl. 3, 15, concl. A. VAN INGELGEM. Zie ook D. BATSELÉ, T. MORTIER en M. SCARCEZ, Initiation au droit constitutionnel, Brussel, Bruylant, 2009, 501 en 503: «la  jurisprudence dominante considère que l’acte administratif, même dépourvu de fondement légal subsiste tant qu’il n’a pas été abrogé, retiré ou annulé, et qu’un acte qui n’est plus susceptible d’être éliminé avec effet rétroactif (retrait ou annulation)ni même sans un tel effet (abrogation) est définitif et continue à produire ses effets en dépit de son illégalité ». 

De deputatie heeft, in beroep, een vergunning verleend?

Intrekking

Intrekking sociale last?

De sociale last die in een vergunning is opgelegd op grond van artikel 4.1.16 t.e.m. artikel 4.1.26 DGPB, kon worden ingetrokken door de Deputatie. De rechtsgeldigheid van de vergunning zelf was niet aangetast, waardoor deze niet kon worden ingetrokken, doch enkel de bijhorende sociale last.

De uiterste datum om een beslissing tot intrekking te nemen was 11 augustus 2014. Indien dit niet gebeurd is, of indien er geen tijdig beroep werd ingesteld bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen (zie verder), is de last juridisch definitief en uitvoerbaar. Door het stilzitten heeft de vergunninghouder de rechtmatigheid van de opgelegde sociale last aanvaard, waardoor deze tot de interne rechtsorde is gaan behoren. De vergunninghouder is er dan in principe toe gehouden deze verder uit te voeren.

Indien de beslissing tijdig werd ingetrokken, wordt deze geacht nooit hebben bestaan. De sociale last valt weg. Voor het overige blijft de vergunning met de bijhorende plannen onverkort van toepassing.  

Wat met de bescheiden last?

Indien in uw gemeente een reglement Sociaal Wonen van toepassing is en de bescheiden last werd berekend als het verschil tussen het percentage bescheiden woonaanbod en het percentage sociaal woonaanbod uit dit reglement, moet in principe de bescheiden last verhoogd worden. De termijn om hierover een nieuwe beslissing te nemen is in de meeste gevallen intussen verstreken, waardoor dit niet meer rechtgezet kan worden middels een intrekking. De verhoging van de bescheiden last kan enkel gebeuren wanneer men in beroep zou gaan tegen de last of wanneer een nieuwe vergunning wordt aangevraagd.

Wat indien er een financiële waarborg werd gevraagd?

Indien er op basis van artikel 4.2.20 VCRO een financiële waarborg werd gevraagd voor de uitvoering van de sociale last, kan de beslissing tot het opleggen van deze waarborg mee worden ingetrokken. Het gaat hier eveneens om een last die afsplitsbaar is van de vergunning, zodat deze met de bijhorende plannen onverkort van toepassing blijft.

Beroep instellen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen

Om de sociale last uit het rechtsverkeer te laten verdwijnen, kan er een beroep gedaan worden op de heropening van de beroepstermijn zoals voorzien in artikel 18 van de Bijzondere Wet op het Grondwettelijk Hof.

Instellen beroep?

Op basis van de heropening van deze termijn, kon tot en met 11 augustus 2014 tegen een vergunning waarin een sociale last werd opgelegd op grond van artikel 4.1.16 t.e.m. artikel 4.1.26 DGPB een verzoek tot nietigverklaring worden ingediend bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

Indien dit niet gebeurd is, of indien de beslissing niet tijdig werd ingetrokken, is de last juridisch definitief en uitvoerbaar. Door het stilzitten heeft de vergunninghouder de rechtmatigheid van de opgelegde sociale last aanvaard, waardoor deze tot de interne rechtsorde is gaan behoren. De vergunninghouder is er dan in principe toe gehouden deze verder uit te voeren.

Indien tijdig een beroep werd ingesteld, neemt de Raad voor Vergunningsbetwistingen een beslissing omtrent het verzoekschrift. 

Wat met de bescheiden last?

Indien in de betreffende gemeente een reglement Sociaal Wonen van toepassing is en de bescheiden last werd berekend als het verschil tussen het percentage bescheiden woonaanbod en het percentage sociaal woonaanbod uit dit reglement, moet in principe de bescheiden last verhoogd worden. Indien de deputatie een nieuwe beslissing moet nemen na een vernietigingsarrest van de Raad, heeft zij tevens de mogelijkheid om een nieuwe beslissing inzake de bescheiden last te nemen. Zij kan dit echter enkel voor zover dit geen essentiële wijziging van de plannen met zich mee brengt. Indien bijvoorbeeld de dichtheid moet aangepast worden, de perceelafmetingen of de grootte van de woningen, en er voor de aanvraag een openbaar onderzoek werd georganiseerd, kan dit enkel aangepast worden door middel van een nieuwe aangepaste vergunningsaanvraag met een nieuw openbaar onderzoek. Een andere mogelijke oplossing bestaat er in om de verhoging van de bescheiden last uit te voeren door storting van een bijdrage conform artikel 4.2.8 DGPB.

Aanvraag voor een nieuwe vergunning

De vergunninghouder heeft de mogelijkheid om een nieuwe aanvraag in te dienen bij het college van burgemeester en schepenen. Indien de werken reeds uitgevoerd zijn, kan er een regularisatie aangevraagd worden.
In de nieuwe vergunning kan geen sociale last conform het DGPB opgelegd worden. Wel zal de aanvraag de volledige administratieve procedure moeten doorlopen en moet deze beoordeeld worden op basis van de huidige wetgeving en feitelijke situatie.
Indien de aanvraag onderworpen is aan een norm bescheiden woonaanbod, zal er in de aanvraag nog steeds een bescheiden last opgelegd worden. (artikel 4.2.5. DGPB) Indien in de vorige aanvraag de bescheiden last werd berekend als het verschil tussen het percentage bescheiden woonaanbod en het percentage sociaal woonaanbod uit het reglement Sociaal Wonen, moet de bescheiden last in de nieuwe aanvraag verhoogd worden. In een nieuwe aanvraag kunnen de plannen aangepast worden om te voldoen aan het bescheiden woonaanbod. Het kan bijvoorbeeld nodig zijn om de dichtheid aan te passen, of het volume van de woning of de perceelafmetingen.

Aanvraag voor een verkavelingswijziging

Indien er in een verkavelingsvergunning een sociale last werd opgelegd, kan er een verkavelingswijziging aangevraagd worden conform artikel 4.6.7 VCRO.
In de nieuwe vergunning kan geen sociale last conform het DGPB opgelegd worden. Wel zal de aanvraag de volledige administratieve procedure moeten doorlopen en moet deze beoordeeld worden op basis van de huidige wetgeving en feitelijke situatie.
Indien de aanvraag onderworpen is aan een norm bescheiden woonaanbod, zal er in de aanvraag nog steeds een bescheiden last opgelegd worden. (artikel 4.2.5. DGPB) Indien in de vorige aanvraag de bescheiden last werd berekend als het verschil tussen het percentage bescheiden woonaanbod en het percentage sociaal woonaanbod uit het reglement Sociaal Wonen, moet de bescheiden last in de nieuwe aanvraag verhoogd worden. In een nieuwe aanvraag kunnen de plannen aangepast worden om te voldoen aan het bescheiden woonaanbod. Het kan bijvoorbeeld nodig zijn om de dichtheid aan te passen, of het volume van de woning of de perceelafmetingen.

De vergunning ongewijzigd laten

De vergunninghouder kan er voor opteren om niets te ondernemen en de sociale last verder uit te voeren.  (Zie ook onder vraag nr. 8)

Als de vergunninghouder heeft nagelaten enig nuttig initiatief te nemen binnen de voorgeschreven zes-maandentermijn, is de sociale last juridisch definitief en uitvoerbaar. Door het stilzitten heeft de vergunninghouder de rechtmatigheid van de opgelegde sociale last aanvaard, waardoor deze tot de interne rechtsorde is gaan behoren. De vergunninghouder kan geen beroep meer doen op een schadevergoeding of een terugvordering wegens onverschuldigde betaling.[1]

 

[1] Cass. 8 mei 2014, http://www.cass.be, concl. A. VAN INGELGEM, LRB 2014, afl. 3, 15, concl. A. VAN INGELGEM. Zie ook D. BATSELÉ, T. MORTIER en M. SCARCEZ, Initiation au droit constitutionnel, Brussel, Bruylant, 2009, 501 en 503: «la  jurisprudence dominante considère que l’acte administratif, même dépourvu de fondement légal subsiste tant qu’il n’a pas été abrogé, retiré ou annulé, et qu’un acte qui n’est plus susceptible d’être éliminé avec effet rétroactif (retrait ou annulation)ni même sans un tel effet (abrogation) est définitif et continue à produire ses effets en dépit de son illégalité. » 

Is er een einddatum voor de opmaak van een gemeentelijk actieprogramma?

Er is geen einddatum vastgelegd voor de opmaak van het actieprogramma door de gemeenteraad. Art. 7.3.9 geeft wel een tijdsverloop voor de uitvoering van het actieprogramma :

  1. Berekening gezamenlijke oppervlakte onbebouwde bouwgronden en kavels in eigendom van Vlaamse besturen is verplicht en diende in principe uiterlijk op 31/10/2010 te zijn gebeurd, de resultaten ervan zijn geldig tot 31/12/2025;
  2. Berekening gezamenlijke oppervlakte onbebouwde bouwgronden en kavels in eigendom van Vlaamse semipublieke rechtspersonen is facultatief, de resultaten ervan zijn geldig tot 31/12/2025;
  3. Enkel voor gemeenten die kennelijk onvoldoende inspanningen leveren: in de periode 2009-2025 dient minimum een kwart van de berekende gezamenlijke oppervlakte aangewend te worden voor de realisatie van sociaal woonaanbod;
  4. Het actieprogramma wordt geacht uitgevoerd te zijn als een gemeente haar BSO op tijd behaald heeft.

 

Mag de vergunningverlenende overheid na de realisatie van een bescheiden woning een vergunning voor een uitbreiding van die woning verstrekken?

Ja, het is mogelijk om een bescheiden woning uit te breiden, in zover deze uitbreiding past binnen de stedenbouwkundige voorschriften of de verkavelingsvoorschriften voor de betreffende locatie.

Moet de sociale woonorganisatie die of een lokaal bestuur dat een aankoopoptie licht naar aanleiding van een niet gerealiseerde last bescheiden wonen de gronden inzetten voor eenzelfde bescheiden woonaanbod dan wel sociaal woonaanbod?

Het decreet stelt in art. 4.2.7 dat de gronden verworven door het lichten van de koopoptie moeten worden ingezet ten bate van het gemeentelijk woonbeleid. Dit houdt voor de sociale woonorganisatie of het openbaar bestuur niet noodzakelijk de verplichting in de gronden te ontwikkelen voor een sociaal of bescheiden woonaanbod, al zal dit veelal aangewezen zijn.

Moet er bij een verkavelingswijziging een bescheiden last opgelegd worden?

Dit is enkel het geval onder twee voorwaarden die tegelijk vervuld moeten zijn:

  1. De verkavelingswijziging betekent een uitbreiding van het aantal loten of van de oppervlakte van de verkaveling.
  2. Het aantal loten of de oppervlakte van de verkaveling die niet verkocht zijn, valt na de verkavelingswijziging onder de criteria van art. 4.2.1 van het decreet.

Pagina's