Vaak gestelde vragen

27 resultaten gevonden

Pagina's

Wat valt onder de volumenormen voor bescheiden woningen (art. 1.2, 1°)? Zijn dit de bijgebouwen, garages of enkel het hoofdgebouw?

De definitie van bescheiden woonaanbod in art. 1.2 DGPB geeft voor eengezinswoningen een maximum bouwvolume weer van 550 m³. Voor de bepaling van wat dit volume omvat wordt verwezen naar de definiëring ‘bouwvolume’ in art. 4.1.1, 2° van de VCRO; “het bruto-bouwvolume van een constructie en haar fysisch aansluitende aanhorigheden die in bouwtechnisch opzicht een rechtstreekse aansluiting of steun vinden bij het hoofdgebouw, zoals een aangebouwde garage, veranda of berging, gemeten met inbegrip van buitenmuren en dak, en met uitsluiting van het volume van de gebruikelijke onderkeldering onder het maaiveld.” Een garage die aansluit op of opgenomen is in het gebouw van de woning wordt dus opgenomen in de bouwvolumeberekening; een vrijstaande garage of garage die onderdeel is van een (bij)gebouw zonder woonfunctie, wordt niet ingecalculeerd in de bouwvolumeberekening.

Wat wordt bedoeld met "Vlaams bestuur" wanneer u het heeft over het inzetten van gronden van Vlaamse besturen voor sociale woningbouw?

Het gaat onder meer om

  • gemeenten en hun samenwerkingsverbanden,
  • OCMW’s en hun verenigingen,
  • kerkfabrieken (ook van andere gemeenten), maar ook om
  • Vlaamse ministeries, agentschappen en openbare instellingen,
  • Vlaamse provincies.

Een volledige opsomming is te vinden in art. 1.2, eerste lid, 20° van het Decreet Grond- en Pandenbeleid.

 

Wat zijn Vlaamse semi-publieke rechtspersonen?

Dit zijn rechtspersonen die een bijzondere band hebben met één of meer Vlaamse besturen, omdat deze hun werkzaamheden in hoofdzaak financieren of subsidiëren én er op één of andere manier toezicht over uitoefenen.

Een volledige definitie is te vinden in art. 1.2, eerste lid, 21° van het Decreet Grond- en Pandenbeleid.

PDF icon Niet-limitatieve lijst van Vlaamse semi-publieke rechtspersonen

Welke gerealiseerde sociale huurwoningen tellen mee in functie van de voortgangstoets?

De netto-toename van sociale huurwoningen sinds 1/1/2008 tot en met 31/12 van het jaar dat het jaar van de voortgangstoets voorafgaat. Netto-toename betekent dat men de nieuwe sociale huurwoningen optelt en de gesloopte en verkochte sociale huurwoningen daarvan aftrekt.

  • sociale huurwoningen (ook leegstaande sociale huurwoningen) in eigendom of beheer van de VMSW, SHM, SVK of een lokaal bestuur (gemeente, OCMW, samenwerkingsverband),
  • Vlabinvest-huurwoningen,
  • huurwoningen in eigendom of beheer van het VWF,
  • woningen die een lokaal bestuur die vrijwillig verhuurt volgens het Kaderbesluit Sociale Huur.

Indien een gemeente hiermee het groeipad niet volgt, telt Wonen-Vlaanderen ook de sociale huurwoningen en de Vlabinvest-huurwoningen die in uitvoering zijn of die op de meerjarenplanning of de kortetermijnplanning staan van de programmatie van sociale woonprojecten volgens het Procedurebesluit Wonen van 14 juli 2017. In dit geval vergelijkt Wonen-Vlaanderen de cijfers niet met het groeipad op zich, maar met het groeipad plus 20%.

 

Welke gronden tellen mee voor het gemeentelijk actieprogramma?

Het betreft alle ‘bebouwbare’ onbebouwde bouwgronden en kavels in eigendom van de Vlaamse besturen en eventueel ook van de Vlaamse semipublieke rechtspersonen.

Het betreft alle onbebouwde bouwgronden en kavels waar op basis van de bestemming ontwikkeling van woningbouw mogelijk is, of meer specifiek:

  1. Kavels in niet-vervallen verkavelingen - zowel in woongebied als in woonuitbreidingsgebied;
  2. Bouwgronden gelegen aan een voldoende uitgeruste weg in woongebied;
  3. Bouwgronden gelegen aan een voldoende uitgeruste weg in woonuitbreidingsgebied dat reeds voor bebouwing in aanmerking komt blijkens een principiële beslissing. Daaronder wordt niet het principieel akkoord in de zin van artikel 5.6.6, §2, VCRO verstaan, maar een beslissing genomen bij het opstellen van een RUP. Van een principiële beslissing is er sprake vanaf het moment dat formeel beslist wordt tot het opmaken van een RUP waarbij woonuitbreidingsgebied wordt omgezet naar woongebied. Het RUP hoeft niet voorlopig of definitief vastgesteld te zijn;
  4. Bouwgronden gelegen aan een voldoende uitgeruste weg in woonuitbreidingsgebied dat reeds voor bebouwing in aanmerking komt op grond van artikel 5.6.6 VCRO. Daaronder wordt het principieel akkoord van de deputatie in de zin van artikel 5.6.6, §2, VCRO verstaan.

 

Welke woningen tellen mee in de nulmeting uitgevoerd in het kader van het bindend sociaal objectief?

  1. Sociale huurwoningen (verhuurd voor 31/12/2007) in eigendom van de VMSW, SHM of een SVK (ook leegstaande huurwoningen), NIET de sociale huurwoningen in het beheer van het VWF en sociale huurwoningen van lokale besturen.
  2. Sociale koopwoningen (verkocht tussen 31/12/1987 en 31/12/2007) verkocht door een SHM, NIET de sociale koopwoningen verkocht door lokale besturen.
  3. Sociale kavels (verkocht tussen 31/12/1997 en 31/12/2007) verkocht door een SHM, NIET de sociale kavels verkocht door lokale besturen.

Zijn de kwaliteitsnormen van het sociaal woonaanbod ook van toepassing op het bescheiden woonaanbod?

Neen. De kwaliteit van bescheiden woningen, die integraal door de sociale huisvestingsmaatschappij zelf worden gefinancierd, en de opvolging van de wetgeving op overheidsopdrachten, valt onder de autonome verantwoordelijkheid van de sociale huisvestingsmaatschappij. In een gemeentelijk reglement Bescheiden Wonen kunnen wel kwaliteitsnormen opgenomen worden voor het bescheiden woonaanbod en de woonomgeving.

Pagina's