Vaak gestelde vragen

27 resultaten gevonden

Pagina's

Moet er nog steeds een last inzake het bescheiden woonaanbod opgelegd worden indien het bindend sociaal objectief in een gemeente is bereikt?

Ja. Enkel als in de gemeente waar het project gerealiseerd wordt een verordening Bescheiden Wonen van kracht is die de last reduceert tot nul, is er geen last bescheiden wonen van toepassing. Opgelet: voor projecten in het plangebied van een ruimtelijk uitvoeringsplan kunnen eigen percentages bescheiden wonen gelden. Het behalen van het objectief of een verordening bescheiden wonen heffen die niet automatisch op. Voor meer details, zie art. 4.2.4.

Valt een verkaveling van 16 loten bestemd voor woningbouw die op het grondgebied van twee gemeenten ligt, onder de "bescheiden last"?

Als in geen van beide gemeenten er meer dan 0,5 ha grondoppervlakte gelegen is of minstens 10 woonentiteiten worden gerealiseerd, dient uitgemaakt of de beide projectonderdelen een gezamenlijke oppervlakte hebben van meer dan 0,5 ha. Als 1 projectdeel groter is dan 0,5 ha, zal hierop een last rusten. Op het andere deel, kleiner dan de 0,5 ha zal enkel een last rusten als het aansluit op andere door dezelfde verkavelaar of bouwheer te ontwikkelen gronden. Als voor een projectdeel vergunning wordt verleend wordt dit als “ontwikkeld” en niet langer als “te ontwikkelen” beschouwd. Een aansluitend projectdeel, kleiner dan 0,5 ha zal dan niet aan een sociale/bescheiden last onderworpen zijn. Dit op voorwaarde dat er geen bewezen veinzing of rechtsmisbruik is bij de indiening van de onderscheiden aanvragen.

Vervalt de verplichting om een gemeentelijk actieprogramma op te maken als de gemeente haar BSO heeft behaald?

Ja. De verplichting is gekoppeld aan de verwezenlijking van het bindend sociaal objectief van de gemeente. Als een gemeente haar BSO tijdig heeft behaald, vervalt die verplichting.

Wat dient er te gebeuren met normen sociaal en bescheiden woonaanbod binnen een bestaand ruimtelijk uitvoeringsplan vastgesteld in de periode tussen 1 september 2009 en 7 november 2013?

De decretale bepalingen over de normen sociaal woonaanbod in plangebied zijn vernietigd, alsook de bijhorende typebepaling. De normen bescheiden woonaanbod in plangebied blijven wel van toepassing.

Wat met de norm sociaal woonaanbod?

Naar aanleiding van het arrest van het Grondwettelijk Hof zijn de voorschriften inzake de sociale last niet automatisch vernietigd. Om die reden werd bij decreet van 4 april 2014 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot de ruimtelijke ordening en het grond- en pandenbeleid, artikel 7.4.2/2 ingevoegd in de Vlaamse Codex Ruimtelijk Ordening:

“In ruimtelijke uitvoeringsplannen en plannen van aanleg die vastgesteld zijn na 1 september 2009, worden de eigenstandige procentuele objectieven en voorschriften met betrekking tot de verwezenlijking van een sociaal woonaanbod in de schoot van verkavelingen, groepswoningbouw en appartementsbouw, die in die plannen werden opgenomen in uitvoering van artikel 4.1.12 en 4.1.13 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid zoals het gold tot 7 november 2013, voor onbestaande gehouden.”

Artikel 7.4.2/2, VCRO, heeft concreet tot gevolg dat de voorschriften inzake sociaal woonaanbod als onbestaande beschouwd moeten worden en niet kunnen leiden tot een weigering van de vergunning, noch tot het opleggen van voorwaarden of lasten.

Het wegvallen van de normen sociaal woonaanbod in het stedenbouwkundig voorschrift heeft verder geen impact op de geldigheid van het ruimtelijk uitvoeringsplan. Het stedenbouwkundig voorschrift ‘wonen’ blijft voor het overige eveneens van toepassing.

Deze regeling geldt niet alleen voor gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, maar ook voor provinciale en gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen.
 

Wat met de norm bescheiden woonaanbod?

De norm bescheiden woonaanbod werd niet vernietigd door het Grondwettelijk Hof. Wanneer op grond van artikel 4.2.4 DGPB er verplicht een percentage bescheiden woonaanbod in de voorschriften voorzien moest worden (nl. de RUP’s bedoeld in artikel 4.1.12 en 4.1.13 DGPB), moest dit percentage verminderd worden met het percentage sociaal woonaanbod. Doordat dit laatste wegvalt, moest de norm bescheiden woonaanbod in het ruimtelijk uitvoeringsplan in principe herbekeken worden.

Echter, bij decreet van 4 april 2014 houdende de wijziging van diverse decreten met betrekking tot de ruimtelijke ordening en het grond- en pandenbeleid, werd artikel 4.2.4. DGPB aangepast.


De verplichting om een bepaald percentage bescheiden woonaanbod op te leggen, werd ingetrokken voor de RUP’s die werden vastgesteld in de periode van 1 september 2009 tot 7 november 2013. De norm bescheiden woonaanbod in de RUP’s van deze periode vindt daardoor zijn rechtsgrond in artikel 4.2.4, §1 DGPB, namelijk de mogelijkheid om een norm bescheiden woonaanbod op te leggen.

Kortom, de normen bescheiden woonaanbod blijven ongewijzigd en rechtsgeldig.

Wat met gemeentelijke reglementen sociaal wonen?

De decretale bepalingen over de normen sociaal woonaanbod zijn met terugwerkende kracht vernietigd. Daardoor is er geen rechtsgrond meer voor het vaststellen van gemeentelijke reglementen Sociaal Wonen.
Door het arrest van het Grondwettelijk Hof zijn de gemeentelijke reglementen Sociaal Wonen niet automatisch vernietigd. Ze blijven in principe bestaan, doch hun rechtsgeldigheid is aangetast. Er zijn verschillende manieren om dit weg te werken. Deze worden hieronder besproken.

Het reglement Sociaal Wonen moet buiten toepassing gelaten worden

Wat moet men buiten toepassing laten?
De normen sociaal woonaanbod in een gemeentelijk reglement Sociaal Wonen, die werden gemotiveerd vanuit het Grond- en Pandendecreet. Meer in het bijzonder, op grond van artikel 4.1.9 DGPB.
Als het reglement Sociaal Wonen enkel gebaseerd is op artikel 4.1.9 DGPB, dient men het volledige reglement buiten toepassing te laten. Als de normen sociaal woonaanbod deel uitmaken van een groter geheel (bv. een gemeentelijk reglement dat eveneens gebaseerd is op artikel 4.2.10 DGPB), dient men enkel het luik over de normen sociaal woonaanbod buiten toepassing te laten.

Wanneer moet men deze buiten toepassing laten?
Indien bij de behandeling van een vergunningsaanvraag de normen sociaal woonaanbod van toepassing zijn, moet deze aanvraag behandeld worden alsof het reglement Sociaal Wonen niet bestaat.

Wat met de norm bescheiden woonaanbod?
De normen bescheiden woonaanbod werden niet vernietigd door het Grondwettelijk Hof.

Indien bij de behandeling van een vergunningsaanvraag de normen bescheiden woonaanbod van toepassing zijn, moet deze aanvraag behandeld worden alsof het reglement Sociaal Wonen niet bestaat. Het percentage sociaal woonaanbod uit dit reglement kan dus niet in mindering gebracht worden van het percentage bescheiden woonaanbod.

De intrekking van het reglement Sociaal Wonen

Wie kan intrekken?
De gemeenteraad.

Wat kan worden ingetrokken?
De normen sociaal woonaanbod in een gemeentelijk reglement Sociaal Wonen, die werden gemotiveerd vanuit het Grond- en Pandendecreet. Meer in het bijzonder, op grond van artikel 4.1.9 DGPB.
Als het reglement Sociaal Wonen enkel gebaseerd is op artikel 4.1.9 DGPB, dient men het volledige reglement in te trekken. Als de normen sociaal woonaanbod deel uitmaken van een groter geheel (bv. een gemeentelijk reglement dat eveneens gebaseerd is op artikel 4.2.10 DGPB), dient men enkel het luik over de normen sociaal woonaanbod in te trekken.

Binnen welke termijn?
Een reglement Sociaal Wonen kent geen rechten toe aan derden, en kan om die reden onbeperkt in de tijd ingetrokken worden. Dit behoort tot de gemeentelijke autonomie. 

Hoe?
Bij gemotiveerd besluit van de gemeenteraad. In de motivatie kan men verwijzen naar het arrest nr. 145/2013 van het Grondwettelijk Hof van 7 november 2013 en moet men verduidelijken dat de intrekking gebeurt omwille van het wegvallen van de rechtsgeldigheid van de normen sociaal woonaanbod.

Gevolg?
De normen sociaal woonaanbod wordt geacht nooit te hebben bestaan.

Een beroep bij de Raad van State

Volgens artikel 18 van de Bijzondere Wet op het Grondwettelijk Hof is er een heropening van de beroepstermijn om de reglementen Sociaal Wonen aan te vechten bij de Raad van State. Dit diende te gebeuren ten laatste op 11 augustus 2014, zijnde binnen een termijn van zes maanden vanaf de publicatie van het arrest van het Grondwettelijk Hof in het Belgisch Staatsblad op 10 februari 2014.

Indien de Raad van State een vernietiging uitspreekt, worden de normen sociaal woonaanbod van het gemeentelijk reglement Sociaal Wonen geacht nooit te hebben bestaan.

 

Wat met normen sociaal en bescheiden woonaanbod in ruimtelijke uitvoeringsplannen die voorlopig, maar nog niet definitief werden vastgesteld vóór 7 november 2013?

De decretale bepalingen over de normen sociaal woonaanbod in plangebied zijn vernietigd, alsook de bijhorende typebepaling. De eigenstandige normen bescheiden woonaanbod in plangebied blijven wel van toepassing.

In een nieuw RUP kunnen dergelijke typebepalingen over normen sociaal woonaanbod niet langer opgenomen worden. Naar aanleiding van het arrest van het Grondwettelijk Hof, en eventueel naar aanleiding van de ingediende bezwaren hieromtrent, dienen de normen sociaal woonaanbod geschrapt te worden bij de definitieve vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan. De gebiedsaanduiding “wonen” blijft voor het overige gewoon van toepassing. Aangezien de bestemming hetzelfde blijft, en de schrapping het gevolg is van een arrest van het Grondwettelijk Hof, alsook eventueel van een bezwaar, gaat het om een wijziging die nog kan doorgevoerd worden na het openbaar onderzoek.

Wil men alsnog een norm sociaal woonaanbod in het ruimtelijk uitvoeringsplan opnemen, zal dit enkel kunnen onder de voorwaarden zoals besproken onder vraag nr. 4. In dat geval zal een nieuw openbaar onderzoek noodzakelijk zijn.

Daarnaast werd de norm bescheiden woonaanbod niet vernietigd door het Grondwettelijk Hof. Wanneer op grond van artikel 4.2.4 DGPB er verplicht een percentage bescheiden woonaanbod in de voorschriften voorzien moet worden (nl. de RUP’s bedoeld in artikel 4.1.12 en 4.1.13 DGPB), moest dit percentage verminderd worden met het percentage sociaal woonaanbod. Doordat dit laatste wegvalt, moet de norm bescheiden woonaanbod in het ruimtelijk uitvoeringsplan nagekeken worden en eventueel terug worden verhoogd. Indien door de verhoging van de norm bescheiden woonaanbod er voorschriften aangepast moeten worden inzake bv. perceelafmetingen, dichtheden, maximum volumes ed., zal dit wel een essentiële wijziging zijn, die niet kan doorgevoerd worden zonder een nieuwe openbaar onderzoek te organiseren.
 

Wat met normen sociaal woonaanbod in bestaande ruimtelijk uitvoeringsplannen vastgesteld vóór 1 september 2009?

Artikel 7.3.10 DGPB bepaalde dat de artikelen 4.1.12 en 4.1.13 van toepassing zijn op alle ruimtelijke uitvoeringsplannen die voorlopig werden vastgesteld vanaf 1 september 2009. Het arrest van het Grondwettelijk Hof van 7 november 2013 heeft enkel de rechtsgeldigheid weggenomen voor de normen sociaal woonaanbod in deze ruimtelijke uitvoeringsplannen.

Het arrest heeft geen invloed op plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen die tot stand zijn gekomen vóór de inwerkingtreding van het decreet grond- en pandenbeleid.

Dit betekent dat de normen sociaal woonaanbod in ruimtelijke uitvoeringsplannen van vóór 1 september 2009 nog rechtsgeldig zijn en niet buiten toepassing gelaten moeten worden.

Wat met normen sociaal woonaanbod in gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen?

Stedenbouwkundige verordeningen die dateren van vóór de inwerkingtreding van het aanpassingsdecreet ruimtelijke ordening (1 september 2009) en die normen of lasten sociaal woonaanbod bevatten, kunnen ongewijzigd worden toegepast.


Op basis van de huidige wetgeving is het niet mogelijk om in nieuwe stedenbouwkundige verordeningen normen of lasten sociaal woonaanbod op te leggen.

Wat met normen sociaal woonaanbod in nieuwe ruimtelijke uitvoeringsplannen?

Het blijft mogelijk om in ruimtelijke uitvoeringsplannen gebiedsspecifieke voorschriften gericht op een sociaal woonaanbod op te nemen, zowel ten aanzien van (semi)publieke rechtspersonen als ten aanzien van private eigenaars of ontwikkelaars, op voorwaarde dat dit gebiedsspecifiek, evenredig en rechtszeker gebeurt.

Meer informatie over deze mogelijkheid en de voorwaarden kan teruggevonden worden in de omzendbrief RWO/2014/1 van 4 april 2014 betreffende mogelijkheden om sociaal wonen in ruimtelijke uitvoeringsplannen te verankeren.

Wat moeten gemeenten doen om een sociaal woonbeleidsconvenant af te sluiten?

Gemeenten waarvan de BSO-teller in het Projectportaal van de VMSW op nul staat, komen in aanmerking voor een sociaal woonbeleidsconvenant. De VMSW lanceert tweemaal per jaar een oproep waar de gemeenten kunnen laten weten dat zij een convenant willen sluiten.

Meer informatie vind je elders op deze site.

Pagina's