Vaak gestelde vragen

6 resultaten gevonden

Hoe kan de aanwezigheid van dakisolatie in de woning worden aangetoond?

De aanwezigheid van dakisolatie kan worden aangetoond met het EnergiePrestatieCertificaat (EPC) of met het Postinterventiedossier. Ook een bouwplan, lastenboek of factuur mag gebruikt worden om de aanwezigheid van isolatie aan te tonen voor het EPC. Deze documenten moeten wel voldoen aan een aantal voorwaarden (vermelding van adres, datum, auteur, ...).

 

Een destructief onderzoek waarbij de energiedeskundige en een dakdekker de aanwezigheid van dakisolatie vaststellen en deze bevindingen vastleggen in een rapport, is geldig als bewijs om de aanwezigheid van dakisolatie aan te tonen.

Een eenvoudige verklaring van een dakwerker volstaat evenwel niet.

 

Als het EPC enkel aangeeft dat er dakisolatie is, maar geen melding maakt van de R-waarde is het aan te raden om de plannen van en informatie over de dakopbouw te bewaren bij het EPC-attest.”

Moet het (plat) dak van de uitbouw in de voor- en of achtergevel van een woning of appartementsgebouw ook geïsoleerd zijn?

Alle daken van zelfstandige woningen en appartementsgebouwen moeten geïsoleerd zijn tegen 2020. Dit houdt in dat ook de platte daken van de uitbouwen moeten geïsoleerd worden voor zover ze het dak vormen van de woongelegenheden. Daken tot 2 m² zijn vrijgesteld van de isolatieverplichting.

Wanneer voert Wonen-Vlaanderen conformiteitsonderzoeken uit?

Naast de gemeenten voeren ook ambtenaren van de agentschappen Wonen-Vlaanderen en Inspectie RWO conformiteitsonderzoeken uit. 

Wanneer voert Wonen-Vlaanderen conformiteitsonderzoeken uit?

  • Als de burgemeester om advies heeft gevraagd in een procedure tot ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring
  • Als een eigenaar of verhuurder aan de burgemeester heeft gevraagd om een conformiteitsattest af te leveren en die daar niet op ingaat, kan de verhuurder een nieuwe aanvraag bij Wonen-Vlaanderen indienen
  • Als een huurder een Vlaamse tegemoetkoming in de huurprijs (huursubsidie) heeft aangevraagd;
  • Als een sociaal verhuurkantoor een woning in huur wil nemen;
  • Op eigen initiatief. 
  •  

Wanneer voert Inspectie RWO conformiteitsonderzoeken uit?

  • In het kader van een strafrechtelijke procedure;
  • In het kader van het uitdovend woonrecht in weekendverblijven. 

Wat als het dak van 1 appartement in een appartementsgebouw niet voldoet aan de dakisolatienorm?

Het volledige dak van het appartementsgebouw moet geïsoleerd zijn. Als het dak van een appartementsgebouw niet voldoet aan de vastgestelde minimumnorm, krijgen alle appartementen in het gebouw vanaf 1 januari 2015 evenveel strafpunten. Het dak is immers een gemeenschappelijk deel van het appartementsgebouw en gebreken aan de gemeenschappelijke delen tellen voor alle woningen in het gebouw. Dat betekent dat een gelijkvloers appartement ook strafpunten krijgt wanneer het appartement onder het dak onvoldoende dakisolatie heeft, ongeacht de eigendomssituatie (één eigenaar of gedwongen mede-eigendom als vermeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek).

Welke delen van een appartementsgebouw moeten niet voldoen aan de Vlaamse dakisolatienorm?

De Vlaamse dakisolatienorm is van toepassing op eengezinswoningen, studio’s en appartementen (niet op kamerwoningen). Uitstekende daken van winkelpanden, bedrijfsruimten, garages, bergruimten,… (op het gelijkvloers) die deel uitmaken van het appartementsgebouw, vallen daar niet onder en moeten niet voldoen aan de Vlaamse dakisolatienorm. Dit sluit evenwel niet uit dat volgens andere regelgeving en reglementering (vb. EBP) de daken van niet-woonentiteiten wel moeten geïsoleerd zijn of worden.

Het dak van de technische ruimten (vb. liftkoker) die zich bovenop het hoogste woonniveau van een appartementsgebouw bevinden, moet niet geïsoleerd zijn. Het ‘dak’ van een dergelijke infrastructuur behoort niet tot het dak van de woongelegenheden. De onderliggende ruimtes (i.c. liften en liftkokers) zijn afgeschermd van de woonentiteiten. Als dusdanig valt het dak van dergelijke infrastructuur niet onder de Vlaamse dakisolatienorm.

Welke minimale woningkwaliteit moet de eigenaar garanderen bij aanvang van de huur?

Een woning die verhuurd wordt moet bij aanvang van de huurovereenkomst voldoen aan de vereisten op vlak van veiligheid, gezondheid en woningkwaliteit. De belangrijkste voorbeelden van deze verplichtingen zijn: 

  • minimale voorzieningen als keuken, toilet, bad of douche, gootsteen en drinkbaar water moeten aanwezig zijn
  • structurele stabiliteit van het gebouw
  • veiligheid van trappen en de aanwezige installaties (gas en elektriciteit, verwarming)
  • indien er geen verwarming is moeten er aansluitingen zijn die een plaatsing door de huurder mogelijk maken 
  • geen vochtproblemen
  • mogelijkheid tot verluchting en natuurlijke verlichting
  • vrije toegankelijkheid

Over de toestand waarin de woning kan worden verhuurd zegt de wet dat de verhuurder het gehuurde goed, in alle opzichten, in goede staat van onderhoud aan de huurder moet leveren en tijdens de duur van de overeenkomst in zodanige staat moet onderhouden dat het kan dienen tot het gebruik waartoe het bestemd is.