Welke opdracht heeft uw gemeente voor de realisatie van een sociaal woonaanbod? Het BSO in cijfers

Uw opdracht als gemeente: voldoende sociale huurwoningen realiseren tegen 2025

Vlaanderen wil het sociaal woonaanbod versneld uitbreiden en geografisch spreiden. Elke gemeente kreeg daarom een bindend sociaal objectief (BSO) opgelegd. Binnen een vooropgestelde termijn moet de gemeente op haar grondgebied een aantal bijkomende sociale huurwoningen realiseren. Vanuit haar regisseursrol op het vlak van lokaal woonbeleid neemt de gemeente concrete initiatieven om tijdig dit BSO te behalen.

Het BSO is de rechtsplicht voor de gemeente om de opgelegde doelstelling op het vlak van bijkomende sociale huurwoningen te realiseren in de periode 2009-2025. Aanvankelijk kregen de gemeenten ook een doelstelling opgelegd om bijkomende sociale koopwoningen en sociale kavels te realiseren in de periode 2009-2020. Inmiddels zijn de objectieven voor sociale koopwoningen en sociale kavels opgeheven, dat gebeurde bij het decreet van 14 oktober 2016. 

 

De nulmeting is het vertrekpunt voor uw gemeente

Op basis van de nulmeting op datum van 31/12/2007 is het objectief voor sociale huurwoningen per gemeente bepaald in het decreet Grond- en Pandenbeleid. Hierbij wordt rekening gehouden met het aantal huishoudens die een gemeente op haar grondgebied had op 1/1/2008. Een gemeente met 9% sociale huurwoningen op haar grondgebied kreeg geen objectief voor sociale huurwoningen. Een gemeente met minder dan 3% sociale huurwoningen kreeg een specifieke inhaalbeweging.

PDF icon De cijfers van de nulmeting 2007

 

Welke woningen tellen mee in de nulmeting?

  1. Sociale huurwoningen (verhuurd voor 31/12/2007) in eigendom van de VMSW, SHM of een SVK (ook leegstaande huurwoningen), NIET de sociale huurwoningen in het beheer van het VWF en sociale huurwoningen van lokale besturen.
  2. Sociale koopwoningen (verkocht tussen 31/12/1987 en 31/12/2007) verkocht door een SHM, NIET de sociale koopwoningen verkocht door lokale besturen.
  3. Sociale kavels (verkocht tussen 31/12/1997 en 31/12/2007) verkocht door een SHM, NIET de sociale kavels verkocht door lokale besturen.

 

Hoe is de nulmeting berekend? 

De nulmeting van 2007 is bepaald in de bijlage bij het decreet Grond- en Pandenbeleid. Deze meting bepaalt het sociaal woonaanbod per gemeente op 31/12/2007. Hierbij werd rekening gehouden met het sociaal huuraanbod van de sociale verhuurkantoren en de sociale huisvestingsmaatschappijen. De sociale koopwoningen en sociale kavels van sociale huisvestigingsmaatschappijen die verkocht werden volgens het Overdrachtenbesluit, behouden hun status van sociaal woonaanbod tot respectievelijk 20 jaar en 10 jaar na de verkoop.

 

De voortgangstoets om na te gaan hoever u staat met de realisatie van het BSO

Een gemeente bereikt haar BSO als ze haar objectief voor sociale huurwoningen bereikt heeft. Wonen-Vlaanderen gaat dit per voortgangstoets na. Een gemeente kan ook zelf aangeven dat ze haar BSO heeft bereikt. Hiervoor dient de gemeente een motiveringsnota in bij Wonen-Vlaanderen met een overzicht van het sociaal huuraanbod op haar grondgebied. Wonen-Vlaanderen gaat na of het BSO effectief bereikt is. Na bevestiging door Wonen-Vlaanderen, maakt de gemeente dit bekend.