U hebt een huurwoning op het oog

Wanneer u een nieuwe huurwoning op het oog hebt, wilt u die natuurlijk graag vanbinnen bekijken. U maakt daarvoor een afspraak met de verhuurder of de makelaar.

Is de woning volledig in orde? Of zijn er nog afspraken te maken over herstellingen?

Let goed op en vergeet niet te vragen naar de huurprijs en (bij een appartement) eventuele kosten voor de gemeenschappelijke delen. U kan met de huurschatter nagaan wat een gangbare huurprijs is voor een woning op de private huurmarkt. 

De verhuurder zal u als kandidaat-huurder beter willen leren kennen. Hij wil natuurlijk graag weten of u goed voor de woning zult zorgen en of u de huur kunt betalen. U beslist zelf welke informatie u over uzelf kwijt wilt maar zult soms moeten kiezen tussen uw privacy en uw kansen om te kunnen huren.

Heeft de verhuurder andere motieven om niet aan u te verhuren, dan kan er soms sprake zijn van discriminatie.

Vaak gestelde vragen

Wat als u als huurder wordt gediscrimineerd?

Net zoals een huurder mag kiezen waar hij gaat wonen, heeft een verhuurder het recht om te kiezen aan wie hij verhuurt. Een verhuurder zoekt een huurder waarvan hij denkt dat hij goed voor de verhuurder woning zal zorgen en vindt het belangrijk dat deze huurder de huurprijs zal kunnen betalen.  Met deze bekommernis is helemaal niets verkeerd. Een eigenaar mag dus weigeren om aan iemand te verhuren. 
Wanneer een weigering om te verhuren echter gebeurt op basis van bepaalde kenmerken van een kandidaat-huurder dan is er sprake van discriminatie. Deze kenmerken zijn: geslacht (hierin begrepen zwangerschap, bevalling of moederschap en transseksualiteit), genderidentiteit, genderexpressie, leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, taal, gezondheidstoestand, handicap, fysieke of genetische eigenschap, sociale positie, nationaliteit, zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, of nationale of etnische afstamming.

Discriminatie is verboden.

De bevoegdheid om te beoordelen of er sprake is van discriminatie behoort toe aan de rechtbanken. Zij kunnen, naargelang het geval, de staking van de discriminatie bevelen, een dwangsom of een schadevergoeding uitspreken of in bepaalde gevallen zelfs een dader strafrechtelijk veroordelen en boetes en gevangenisstraffen opleggen.
Sinds 1 juli 2014 – dit is de datum waarop Vlaanderen voor private huur bevoegd werd - is de toepasselijke regelgeving het Vlaams decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid. Op de gevallen van discriminatie vóór 1 juli 2014 is de federale regelgeving van toepassing. (de antiracismewet en antidiscriminatiewet van 10/05/2007).

 

Welke regels bestaan er voor de huurwaarborg?

De meeste overeenkomsten bepalen dat de huurder een huurwaarborg geeft. Deze wordt niet opgelegd bij wet. Zij is dus niet verplichtend behalve indien de overeenkomst het voorziet.
De waarborg beschermt de verhuurder in geval de huurder gedeeltelijk of geheel in zijn plichten te kort schiet.
De wet van 25 april 2007 beschrijft drie vormen van huurwaarborg, naar keuze van de huurder:

  1. Een waarborg die wordt gestort op een geïndividualiseerde rekening op naam van de huurder.  
    In dit geval mag de waarborg niet meer bedragen dan een bedrag gelijk aan twee maanden huur. 
    Wanneer de verhuurder in bezit is van de waarborg en nalaat deze op een geblokkeerde rekening te plaatsen, dan is hij aan de huurder de gemiddelde marktrente op de waarborgsom verschuldigd. 
    Wanneer de verhuurder in gebreke blijft, zelfs na een aanmaning van de huurder, dan is hij vanaf deze aanmaning de wettelijke interest op het bedrag van de waarborg verschuldigd.
  2. Een bankwaarborg die het de huurder mogelijk maakt de huurwaarborg in schijven te betalen. In dit geval garandeert een financiële instelling het totale bedrag van de waarborg van bij het afsluiten van de huurovereenkomst. De huurder verbindt er zich toe om gedurende de duur van de overeenkomst, met een maximumduur van drie jaar, deze waarborg samen te stellen door middel van maandelijkse afbetalingen. De huurder is aan de financiële instelling geen enkele rente verschuldigd, terwijl deze instelling van haar kant de huurder pas rente zal uitkeren vanaf de dag dat de waarborg volledig is samengesteld. 
    De huurder is verplicht om de aanvraag voor een bankwaarborg in te dienen bij de financiële instelling waar hij zijn rekening heeft en waar zijn beroeps- of vervangingsinkomsten worden gestort. De financiële instelling kan de waarborg niet weigeren omwille van de kredietwaardigheid van de huurder. De waarborg mag ook niet hoger liggen dan een bedrag gelijk aan drie maanden huur.
  3. Een bankwaarborg ten gevolge van een standaardcontract tussen het OCMW en een financiële instelling. Het OCMW dient hiertoe een verzoek in te dienen bij de financiële instelling. Ook in dit geval mag de waarborg maximum een bedrag gelijk aan drie maanden huur omvatten.

Een huurwaarborg voor een bedrag van 3 maanden huur die in één keer moet gestort worden op een geblokkeerde rekening is dus niet mogelijk. Maar een waarborg in een andere vorm – een gekend voorbeeld hiervan is de verzekeringsbon van Korfina – voor een bedrag van drie maanden huur, is wel binnen de krijtlijnen van de wet. In principe kan de huurder weliswaar bepalen op welke wijze hij de waarborg volstort, maar in de praktijk vormt de uitoefening van dit keuzerecht vaak een hinderpaal om een huurovereenkomst te kunnen afsluiten. 

Welke minimale woningkwaliteit moet de eigenaar garanderen bij aanvang van de huur?

Een woning die verhuurd wordt moet bij aanvang van de huurovereenkomst voldoen aan de vereisten op vlak van veiligheid, gezondheid en woningkwaliteit. De belangrijkste voorbeelden van deze verplichtingen zijn: 

  • minimale voorzieningen als keuken, toilet, bad of douche, gootsteen en drinkbaar water moeten aanwezig zijn
  • structurele stabiliteit van het gebouw
  • veiligheid van trappen en de aanwezige installaties (gas en elektriciteit, verwarming)
  • indien er geen verwarming is moeten er aansluitingen zijn die een plaatsing door de huurder mogelijk maken 
  • geen vochtproblemen
  • mogelijkheid tot verluchting en natuurlijke verlichting
  • vrije toegankelijkheid

Over de toestand waarin de woning kan worden verhuurd zegt de wet dat de verhuurder het gehuurde goed, in alle opzichten, in goede staat van onderhoud aan de huurder moet leveren en tijdens de duur van de overeenkomst in zodanige staat moet onderhouden dat het kan dienen tot het gebruik waartoe het bestemd is. 

 

Meer vragen

Contact

Bij kleine of grote gezondheidsproblemen is de huisarts vaak de eerste deskundige die u hierover aanspreekt. De wetswinkel vervult die rol bij juridische problemen.
Voor een snelle, accurate diagnose kunt u bij de Wetswinkel terecht. U krijgt er informatie, praktisch advies en indien...