Administratieve geldboete

Als er geen gegrond verweer is en

  • de overtreding, vermeld in de ingebrekestelling, blijft gehandhaafd of
  •  een geschorste of vernietigde beslissing wordt toch uitgevoerd

kan de toezichthouder een administratieve geldboete opleggen, binnen een vervaltermijn van drie maanden die volgen op de datum van de ingebrekestelling.

Die termijn geldt niet bij een overtreding tegen dezelfde reglementaire bepalingen als vermeld in de ingebrekestelling.

De boete kan oplopen tot 50.000 euro.

Het interne comité (zie ‘Ingebrekestelling’) adviseert de toezichthouder over het opleggen en het bedrag van de administratieve boete.

Het bedrag van de administratieve geldboete houdt onder andere rekening met:
1° de ernst van de inbreuk;
2° eventuele soortgelijke precedenten;
3° verzachtende omstandigheden;
4° de voortdurende of tijdelijke, volledige of gedeeltelijke onmogelijkheid om aan de verplichtingen te voldoen.

De vaststelling van het bedrag van een administratieve geldboete wegens een overtreding tegen dezelfde reglementaire bepalingen als vermeld in de ingebrekestelling, houdt ook rekening met de tijd tussen de ingebrekestelling en de vastgestelde overtreding en mogelijk gewijzigde omstandigheden na de ingebrekestelling.

De actor ontvangt de beslissing van de administratieve geldboete per aangetekende brief.

Hij kan beroep aantekenen tegen die beslissing binnen een termijn van 60 dagen na kennisneming ervan, bij de Raad van State (Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel).