Sanctionering inbreuk taalkennisverplichting

 

De taalkennisverplichting geldt voor:

  • alle nieuwe kandidaat-huurders die vanaf 1 november 2017 zijn ingeschreven;
  • alle kandidaat-huurders die vanaf 1 november 2017 hun huurovereenkomst tekenen.

Reglementering:

De huurder moet beschikken over een basistaalvaardigheid Nederlands A1 van het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen ten laatste 1 jaar nadat hij huurder werd.

A1 = Breakthrough = richtgraad 1.1

Hoe wordt dit aangetoond?

  • Ofwel stond dit voor u manifest vast bij inschrijving, toewijzing of toetreding
  • Ofwel krijgt u via KBI of van de huurder:
    • Een bewijs uitgereikt door instellingen waarin het Nederlands de onderwijstaal is, die wettelijk of decretaal erkend zijn in het vereiste niveau
    • Een diploma, certificaat of ander document, behaald als bewijs van het voltooien van een Nederlandstalige opleiding
    • Een bewijs uitgereikt door de organisaties belast met integratie- en inburgeringsbeleid
    • Een Certificaat Nederlands als Vreemde Taal
    • Een bewijs uitgereikt door de gewestelijke diensten voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling
    • Een taalcertificaat van SELOR
  • De huurder krijgt vrijstelling bij…
    • blijvende belemmering wegens ernstige ziekte, mentale of fysieke handicap (KBI of voorgelegd medisch attest)
    • verklaring van uitgeleerdheid (KBI)
  • De huurder krijgt uitstel met 1 jaar bij document in KBI dat aantoont dat de opleiding niet kon starten of worden afgerond wegens
    • beroepsmatige, medische of persoonlijke redenen
    • geen gepaste opleiding tijdig beschikbaar

Voorstel van procedure:

  1. Eén jaar nadat hij huurder is geworden, controleert u de gegevens in de Kruispuntbank Inburgering. Als u daar geen bewijzen vindt dat de huurder voldoet aan de taalkennisvereiste en er is evenmin een vrijstelling of uitstelregeling gekend, dan moet de huurder eerst zelf aantonen dat hij voldoet aan zijn huurdersverplichting.
  2. U brengt de huurder schriftelijk op de hoogte van de inbreuk en deelt mee dat dit  aanleiding kan geven tot het opleggen van een administratieve boete door de toezichthouder
  3. Als de huurder niet gepast reageert, stuurt u het dossier naar de toezichthouder zodanig dat de procedure met betrekking tot het opleggen van een administratieve boete kan worden opgestart.
  4. U bezorgt ons volgende stukken: kopie van de huurovereenkomst en alle herinneringen die u aan de huurder stuurde in het kader van de taalkennisvereiste.
  5. De toezichthouder gaat vervolgens de volledigheid van het dossier na en kijkt ook na of u de taalkennisvereiste uitdrukkelijk ter kennis heeft gebracht van de (kandidaat-)huurder.
  6. De toezichthouder stelt de huurder in gebreke en maant hem aan om zich binnen een redelijke termijn in regel te stellen.
  7. De toezichthouder bezorgt u een kopie van de ingebrekestelling met een begeleidend schrijven waarbij u wordt gevraagd:
  • in samenwerking met het agentschap Integratie en Inburgering de opvolging van het dossier te verzorgen door na te gaan of betrokkene de in de ingebrekestelling gevraagde actie heeft ondernomen;
  • hem op de hoogte te houden van elke wijziging in de status van betrokkene.
  1. Indien de betrokken huurder binnen de vooropgestelde termijn niet de nodige bewijzen heeft aangeleverd dat hij voldoet aan de taalkennisvereiste, noch een bewijs van vrijstelling of uitstelregeling kan voorleggen, dan wordt hem een administratieve boete opgelegd per aangetekende brief met ontvangstbewijs.
  2. De beslissing tot het opleggen van de boete wordt u ook meegedeeld, eveneens per aangetekende brief met ontvangstbewijs.
  3. De boetebrief vermeldt het bedrag van de boete en, op straffe van nietigheid, de modaliteiten van de verzoekschriftprocedure.
  4. In de boetebrief wordt de huurder een termijn van max. 1 jaar gegeven om te voldoen aan de taalkennisvereiste.
  5. Gebeurt dat niet, dan herhaalt de procedure zich vanaf stap 8.