Subsidies voor intergemeentelijke samenwerkingsprojecten (2017-2019)

Het subsidiebesluit voor intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid van 8 juli 2016 is een tijdelijke subsidieregeling die van kracht is tot 31 december 2019. De eerste IGS-projecten gingen binnen dit subsidiekader van start op 1 januari 2017, het laatste project zal van start gaan op 1 april 2019. Uiteindelijk zullen zo in de periode 2017-2019 maar liefst 48 IGS-projecten in twee op de drie Vlaamse gemeenten actief zijn.

Deze IGS-projecten voeren verplichte en aanvullende activiteiten uit in functie van vier doelstellingen op vlak van lokaal woonbeleid:
1. Zorgen voor een divers en betaalbaar woonaanbod;
2. Werken aan kwaliteit van het woningpatrimonium;
3. Informeren, adviseren en begeleiden van inwoners met woonvragen;
4. Ondersteunen van de lokale private huurmarkt

De projecten worden begeleid en ondersteund door een stuurgroep waarin minstens elke deelnemende gemeente is vertegenwoordigd. Minstens 2 keer per volledig werkingsjaar komt de projectstuurgroep samen om de projectwerking van de afgelopen periode te bespreken. De verslagen van de stuurgroepvergaderingen vormen de rapportering over de lopende subsidiëringsperiode. Het eerste werkingsjaar zal door Wonen-Vlaanderen geëvalueerd kunnen worden na de eerste stuurgroep die plaatsvindt in het tweede werkingsjaar, vermits op basis van de stuurgroepverslagen van de stuurgroepen (minstens 2) die plaatsvinden in het eerste werkingsjaar nog niet het volledige eerste werkingsjaar beoordeeld kan worden. De timing van die eerste stuurgroep in het tweede werkingsjaar bepaalt dus niet alleen wanneer het eerste werkingsjaar kan geëvalueerd worden, maar ook wanneer de volgende subsidieschijf kan uitbetaald worden. Idealiter wordt die stuurgroep gepland in het eerste kwartaal van het tweede werkingsjaar. Als bij de beoordeling van een werkingsjaar zou blijken dat aanvullende activiteiten niet of onvoldoende uitgevoerd worden zoals vooropgesteld in de subsidieaanvraag, dan zal Wonen-Vlaanderen het subsidiebedrag voor die aanvullende activiteiten pro rato verrekenen en in mindering brengen van het subsidiebedrag voor het volgende werkingsjaar en, wanneer dat nodig is, terugvorderen. De wijze waarop subsidiebedragen voor aanvullende activiteiten die in het afgelopen werkingsjaar in onvoldoende mate uitgevoerd werden verrekend worden, is analoog met de werkwijze voor de correctie van de subsidiepercentages van aanvullende activiteiten die niet in elke gemeente van het werkingsgebied uitgevoerd worden, zoals beschreven in de nota aan de Vlaamse regering (VR 2016 0807 DOC.0775/1) bij het besluit van de Vlaamse regering van 8 juli 2016.

Heeft u vragen bij de toepassing van het BVR van 8 juli 2016? Klik rechts op 'Meer' of raadpleeg de veelgestelde vragen onderaan deze pagina.

Hier vindt u een toelichting bij de krachtlijnen van de subsidieregeling:

Termijn:
De subsidiëringsperiode van elk project loopt af op 31 december 2019.

Werkingsgebied:
Een werkingsgebied omvat ten minste 2 gemeenten;

Doelstellingen:
Er wordt intergemeentelijk samengewerkt rond vier doelstellingen op vlak van lokaal woonbeleid:
1. Zorgen voor een divers en betaalbaar woonaanbod;
2. Werken aan kwaliteit van het woningpatrimonium;
3. Informeren, adviseren en begeleiden van inwoners met woonvragen;
4. Ondersteunen van de lokale private huurmarkt.
Het organiseren van woonoverleg met de lokale woonactoren is een noodzakelijke voorwaarde om op elk van de doelstellingen een minimumniveau te behalen en het volledige beleid afgestemd te houden. Elke deelnemende gemeente wordt verplicht om ten minste twee maal per werkingsjaar een woonoverleg te organiseren.

Verplichte activiteiten:
Het besluit bevat voor elk van de vier hoger beschreven doelstellingen een aantal verplichte activiteiten die elk project zonder onderscheid moet uitvoeren. De verplichte activiteiten moeten in elke deelnemende gemeente van het werkingsgebied uitgevoerd worden. Als de deelnemende gemeenten zich daartoe engageren, komt het project in aanmerking voor basissubsidie.

Aanvullende activiteiten:
Bijkomend aan de verplichte activiteiten kan een project ervoor opteren om een aantal aanvullende activiteiten uit te voeren. Die activiteiten kaderen in de regel eveneens in de vier hoger beschreven doelstellingen. Het is mogelijk om één of twee vernieuwende of experimentele activiteiten in het activiteitenpakket op te nemen. Voor die activiteiten volstaat het dat ze passen binnen de doelstellingen van het Vlaamse woonbeleid. Op die manier is er binnen de projecten ruimte voor creatieve inbreng, nieuwe instrumenten, of kan bv. worden ingespeeld op nieuwe regelgeving.
De aanvullende activiteiten hoeven niet in elke deelnemende gemeente van het werkingsgebied uitgevoerd te worden. Als het activiteitenpakket van het project een aantal aanvullende activiteiten bevat, komt het project in aanmerking voor de aanvullende subsidie. Deze aanvullende subsidie is maximaal gelijk aan de basissubsidie.
Een niet-limitatieve lijst van aanvullende activiteiten en hun weging ten opzichte van de basissubsidie werd opgenomen als bijlage bij het besluit.

Berekening van de subsidie:
In het besluit wordt er voor geopteerd om de reële personeelskosten niet meer als basis voor het bepalen van de subsidie te hanteren. Er wordt gewerkt met een puntensysteem voor zowel de basissubsidie als de aanvullende subsidie. Eén subsidiepunt stemt overeen met 10.000 euro subsidie per werkingsjaar. De basissubsidie wordt berekend op basis van de kenmerken van het werkingsgebied van het project, inclusief stimulans voor gemeenten zonder IGS-verleden om deel te nemen. De aanvullende subsidie wordt berekend op basis van de aanvullende activiteiten en hun weging t.o.v. de basissubsidie.

Uitvoering en opvolging van de projecten:
De projecten worden begeleid en ondersteund door een stuurgroep waarin minstens elke deelnemende gemeente is vertegenwoordigd. Aan de stuurgroepvergaderingen neemt vanuit elke deelnemende gemeente minstens één lid van de gemeenteraad of het college van burgemeester en schepenen deel. De stuurgroep komt minstens twee keer per volledig werkingsjaar samen. Van elke stuurgroepvergadering wordt een verslag gemaakt; de verslagen vormen de rapportering over de lopende subsidiëringsperiode. De stuurgroepverslagen moeten dus duidelijkheid bieden over de mate waarin de verplichte en aanvullende activiteiten uitgevoerd werden in de afgelopen werkingsperiode. Op basis van die stuurgroepverslagen evalueert Wonen-Vlaanderen of de projectactiviteiten in voldoende mate werden uitgevoerd.
Procedure voor de uitbetaling van een subsidie:
De IGS-projecten ontvangen het subsidiebedrag voor het eerste werkingsjaar volledig in één subsidieschijf bij de start van het eerste werkingsjaar. Op basis van de beoordeling van de verslagen van de stuurgroepvergaderingen over een bepaald werkingsjaar kan het agentschap beslissen om een project bij te sturen of de subsidiëring stop te zetten, of om het subsidiebedrag voor dat werkingsjaar te verminderen of volledig terug te vorderen. In voorkomend geval kan het onterecht uitbetaalde bedrag in mindering gebracht worden van het subsidiebedrag voor het volgende werkingsjaar. Het subsidiebedrag voor het volgende werkingsjaar wordt uitbetaald na de evaluatie van het afgelopen werkingsjaar op basis van de stuurgroepverslagen over het afgelopen werkingsjaar.

Documenten:

PDF icon nota aan de Vlaamse regering (eerste principiële goedkeuring 25 maart 2016

PDF icon nota aan de Vlaamse regering (tweede principiële goedkeuring 13 mei 2016

PDF icon nota aan de Vlaamse regering (definitieve goedkeuring 8 juli 2016)

PDF icon besluit van de Vlaamse regering van 8 juli 2016

PDF icon bijlage bij BVR 8 juli 2016 met lijst van aanvullende activiteiten

Bestand lijst van aanvullende activiteiten in word-format

Heeft u vragen bij sommige aanvullende activiteiten uit de lijst in bijlage bij het BVR van 8 juli 2016? Raadpleeg hier de PDF icon duiding bij de aanvullende activiteiten.

Regelgeving

Besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2016 houdende subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid

Besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2016 houdende subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid

 

Meer regelgeving

Vaak gestelde vragen

Wat moet er in de subsidieaanvraag van een IGS-project lokaal woonbeleid opgenomen worden?

De inhoud van de subsidieaanvraag is bepaald in artikel 15 van het BVR van 8 juli 2016.

1°     de titel van het project;

2°     de contactgegevens van de initiatiefnemer en in voorkomend geval van de partners, en het nummer van de financiële rekening waarop de subsidie moet worden gestort;

3°     de contactgegevens, de rechtsvorm en de organisatiestructuur van de projectuitvoerder;

4°     een toelichting over het werkingsgebied van het project;

5°     een verklaring dat de deelnemende gemeenten akkoord gaan met de uitvoering van de verplichte activiteiten;

6°     een beschrijving van de aanvullende activiteiten voor de volledige subsidiëringsperiode, die bestaat uit:

  • een overzicht van de aanvullende activiteiten per werkingsjaar, waarbij wordt aangegeven in welke van de deelnemende gemeenten en op welke manier de activiteiten zullen worden uitgevoerd;
  • een verantwoording van de keuze voor de aanvullende activiteiten, die vertrekt vanuit een omgevingsanalyse voor wonen en een woonbeleidsvisie voor elk van de deelnemende gemeenten;
  • de vooropgestelde resultaten per werkingsjaar en per activiteit;

7°     een kopie van de besluiten van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten, waaruit het akkoord met de subsidieaanvraag blijkt;

8°     de ledenlijst van de stuurgroep die het project begeleidt en ondersteunt;

9°     een bewijs van oprichting van het intergemeentelijk samenwerkingsverband, vermeld in het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking;

10°   de geplande startdatum van de subsidiëringsperiode.

Wonen-Vlaanderen stelt op zijn website een model van subsidieaanvraag ter beschikking dat gebruikt kan worden voor de subsidieaanvraag voor het IGS-project. Het staat de initiatiefnemer vrij om dit model te gebruiken (niet verplicht). Sowieso moet in de subsidieaanvraag een engagementsverklaring opgenomen worden. Daarvoor is het aangewezen om de engagementsverklaring uit het model over te nemen.

De voorstellingswijze van de gekozen aanvullende activiteiten mag in de subsidieaanvraag niet beperkt blijven tot een schematisch overzicht waarin geen of weinig duiding wordt gegeven. Cfr artikel 15, 6° moet de beschrijving van de aanvullende activiteiten een antwoord bieden op het onderstaande:

  • wat? Welke aanvullende activiteiten zullen uitgevoerd worden
  • waar? Er moet duidelijk aangegeven worden in welke gemeente de aanvullende activiteiten zullen uitgevoerd worden en in welke niet (en waarom).
  • hoe? Een beschrijving hoe de activiteit uitgevoerd zal worden (bv via welke acties/initiatieven)
  • waarom? Een verantwoording van de keuze voor de aanvullende activiteiten vanuit de lokale situatie (omgevingsanalyse/woonbeleidsvisie) per gemeente
  • vooropgestelde resultaten per werkingsjaar en per activiteit.

Voor de verantwoording van de keuze volstaat het niet te verwijzen naar strategische doelstellingen uit het gemeentelijk woonplan. Om te vermijden dat de verantwoording van de keuze voor de aanvullende activiteiten in de subsidieaanvraag te omvangrijk wordt, gaat u best uit van maximaal 400 karakters per activiteit. Gelieve in de mate van het mogelijke de nummering van de aanvullende activiteiten zoals bepaald in bijlage bij het BVR van 8 juli 2016 te gebruiken.

De subsidieaanvraag bevat tevens een kopie van de besluiten van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten, waaruit het akkoord met de subsidieaanvraag blijkt. Een subsidieaanvraag die bij Wonen-Vlaanderen ingediend wordt, kan pas ontvankelijk verklaard worden mits die gemeenteraadsbesluiten zijn bijgevoegd. Het is dus van belang om de goedkeuring van de subsidieaanvraag tijdig te agenderen op de gemeenteraden.

Met welk aantal private huishoudens per gemeente moet de initiatiefnemer van een IGS-project lokaal woonbeleid rekening houden bij de raming van de Vlaamse subsidie voor zijn project?

Wonen-Vlaanderen gebruikt de cijfers die op de uiterste indieningsdatum voor de subsidieaanvraag gepubliceerd zijn op de website van de FOD Economie – Algemene Directie Statistiek. Momenteel zijn dat de cijfers van 1/1/2017. Die zijn ook online beschikbaar op de website van Wonen-Vlaanderen.

Hoe wordt de subsidie voor een IGS-project lokaal woonbeleid berekend?

De subsidieberekening is bepaald in artikel 11 van het BVR van 8 juli 2016. De subsidie bestaat uit een subsidiebedrag voor de verplichte activiteiten, verhoogd met een subsidiebedrag voor de aanvullende activiteiten.

De subsidie wordt berekend op basis van een puntensysteem, waarbij 1 punt overeenstemt met 10.000 euro per volledig werkingsjaar. Voor een onvolledig werkingsjaar wordt de subsidie berekend a rato van het aantal maanden voor dat werkingsjaar.

Het subsidiebedrag voor de verplichte activiteiten wordt per project berekend aan de hand van een aantal parameters voor het IGS-werkingsgebied:

  • Aantal gemeenten in het werkingsgebied
  • Aantal private huishoudens binnen het werkingsgebied (toeslag)
  • Aantal gemeenten zonder IGS-verleden (toeslag)
  • Aantal gemeenten met minder dan 5.000 private huishoudens (toeslag)

De subsidie voor de verplichte activiteiten wordt geplafonneerd op 12 punten per volledig werkingsjaar. Zie artikel 11 van het BVR van 8 juli 2016.

Het subsidiebedrag voor de aanvullende activiteiten wordt berekend als een percentage van het subsidiebedrag voor de verplichte activiteiten, op basis van een weging per doelstelling zoals opgenomen in de lijst van aanvullende activiteiten (zie bijlage bij het BVR van 8 juli 2016).

Doelstelling 1: Zorgen voor een divers en betaalbaar aanbod

Vanaf 5 aanvullende activiteiten: 10 %
Vanaf 10 aanvullende activiteiten: 20 %

Doelstelling 2: Werken aan de kwaliteit van het woningpatrimonium en de woonomgevingVanaf 6 aanvullende activiteiten: 20 %
Vanaf 12 aanvullende activiteiten: 40 %
Doelstelling 3: Informeren, adviseren en begeleiden van inwoners met woonvragenVanaf 5 aanvullende activiteiten: 10 %
Vanaf 10 aanvullende activiteiten: 20 %
Doelstelling 4: Ondersteunen van de private huurmarktVanaf 5 aanvullende activiteiten: 10 %
Vanaf 10 aanvullende activiteiten: 20 %
Buiten categorie: vernieuwende of experimentele activiteiten, of activiteiten die inspelen op nieuwe regelgevingActiviteit 1: 10 %
Activiteit 2: 10 %

De subsidie voor de aanvullende activiteiten wordt geplafonneerd op 100 % van de subsidie voor de verplichte activiteiten. Zie artikel 11 en bijlage bij het BVR van 8 juli 2016.

Wordt het subsidiebedrag voor een IGS-project lokaal woonbeleid geïndexeerd?

In artikel 11 §1 van het BVR van 8 juli 2016 is bepaald dat de Vlaamse subsidie berekend wordt op basis van een puntensysteem, waarbij een subsidiepunt overeenstemt met 10.000 euro per volledig werkingsjaar dat jaarlijks op 1 januari aangepast wordt met de aanpassingsfactor voor investeringssubsidies die de Vlaamse Regering hanteert bij de opmaak van de begroting van het Vlaamse Gewest.

Eind 2016 besliste de Vlaamse Regering voor de opmaak van de begroting 2017 om deze legislatuur enkel nog de loongebonden kredieten te indexeren. Dat betekent dus concreet dat de aanpassingsfactor voor investeringssubsidies 0 % bedraagt en dat de waarde van een subsidiepunt blijft overeenstemmen met 10.000 euro.

Wordt de subsidie voor een IGS-project lokaal woonbeleid voor de aanvullende activiteiten gecorrigeerd (verminderd) indien een of meer aanvullende activiteiten niet door alle gemeenten in het werkingsgebied uitgevoerd worden?

De subsidie voor de aanvullende activiteiten van doelstellingen 1, 3 en 4 (weging is: vanaf 5 activiteiten = 10%; vanaf 10 activiteiten = 20%) wordt gecorrigeerd in volgende situaties:

  • Als het gecumuleerde aantal activiteiten voor het werkingsgebied 5, 6, 7, 8 of 9  bedraagt, waarvan een aantal activiteiten niet in elke gemeente uitgevoerd worden, dan wordt het subsidiepercentage van 10% gecorrigeerd o.b.v. het aandeel private huishoudens per activiteit. Tenzij in elke gemeente minstens 5 activiteiten uitgevoerd worden: in dat geval wordt het subsidiepercentage van 10% vastgeklikt en wordt de correctie o.b.v. het aandeel private huishoudens per activiteit niet toegepast.
  • Als het gecumuleerde aantal activiteiten voor het werkingsgebied 10 of meer bedraagt, waarvan een aantal activiteiten niet in elke gemeente uitgevoerd worden, dan wordt het subsidiepercentage van 20% gecorrigeerd o.b.v. het aandeel private huishoudens per activiteit. Tenzij in elke gemeente minstens 10 activiteiten uitgevoerd worden: in dat geval wordt het subsidiepercentage van 20% vastgeklikt en wordt de correctie o.b.v. het aandeel private huishoudens per activiteit niet toegepast.

De subsidie voor de aanvullende activiteiten van doelstelling 2 (weging is: vanaf 6 activiteiten = 20%; vanaf 12 activiteiten = 40%) wordt gecorrigeerd in volgende situaties:

  • Als het gecumuleerde aantal activiteiten voor het werkingsgebied 6, 7, 8, 9, 10 of 11 bedraagt, waarvan een aantal activiteiten niet in elke gemeente uitgevoerd worden, dan wordt het subsidiepercentage van 20% gecorrigeerd o.b.v. het aandeel private huishoudens per activiteit. Tenzij in elke gemeente minstens 6 activiteiten uitgevoerd worden: in dat geval wordt het subsidiepercentage van 20% vastgeklikt en wordt de correctie o.b.v. het aandeel private huishoudens per activiteit niet toegepast.
  • Als het gecumuleerde aantal activiteiten voor het werkingsgebied 12 of meer bedraagt, waarvan een aantal activiteiten niet in elke gemeente uitgevoerd worden, dan wordt het subsidiepercentage van 40% gecorrigeerd o.b.v. het aandeel huishoudens per activiteit. Tenzij in elke gemeente minstens 12 activiteiten uitgevoerd worden: in dat geval wordt het subsidiepercentage van 40% vastgeklikt en wordt de correctie o.b.v. het aandeel private huishoudens per activiteit niet toegepast.

Wordt de subsidie voor de aanvullende activiteiten van een IGS-project lokaal woonbeleid gecorrigeerd of aangepast (verminderd) indien een of meer activiteiten niet gedurende de volledige subsidiëringsperiode uitgevoerd worden?

Neen. Ook voor een aanvullende activiteit die niet elk werkingsjaar uitgevoerd wordt, is de subsidie toegekend voor de volledige subsidiëringsperiode. Uiteraard moet in de subsidieaanvraag verantwoord worden waarom bepaalde activiteiten in het ene jaar wel en in het andere jaar niet uitgevoerd worden. Dat wordt best ook besproken in het verkennend overleg met Wonen-Vlaanderen.

Moeten uitvoerders van een IGS-project lokaal woonbeleid (zoals gemeenten, OCMW’s, partners/derden) hun prestaties registreren en moet dat besproken worden op de stuurgroep?

De uitvoering van de verplichte en aanvullende projectactiviteiten moet besproken worden op de stuurgroep, zowel de activiteiten of acties die door de gemeente, het OCMW of andere actoren uitgevoerd worden. Het is aangewezen om de prestaties en resultaten te registreren (meten is weten) en in globo te bespreken op de stuurgroep zodat de efficiëntie en de effectiviteit van de projectwerking kan aangetoond worden aan de deelnemende gemeenten en aan Wonen-Vlaanderen.

Wat moet besproken worden op de stuurgroepvergaderingen van een IGS-project lokaal woonbeleid?

De stuurgroep plant de activiteiten van het project. De stuurgroep bespreekt daarenboven minstens elk half werkingsjaar de werking tijdens de afgelopen periode (cfr artikel 14 van het BVR van 8 juli 2016). Om de stuurgroepvergaderingen efficiënter te laten verlopen, kan de projectuitvoerder voorafgaand aan de stuurgroepvergadering aan de deelnemers een voorbereidend document bezorgen waarin tot op zekere hoogte al gerapporteerd wordt over de uitvoering van de verplichte en aanvullende activiteiten. Dat voorbereidend document kan dan nadien als bijlage bij het verslag van de stuurgroepvergadering gevoegd worden. 

Voor Wonen-Vlaanderen moet er geen financiële rapportering over projectkosten, personeelskosten of werkingskosten of projectfinanciering opgesteld worden.

Over elke stuurgroepvergadering wordt door de initiatiefnemer binnen een termijn van 3 weken via e-mail aan het agentschap een verslag (met eventuele bijlagen) bezorgd op het e-mailadres lokalebesturen.woonbeleid@vlaanderen.be.

Wie moet aanwezig zijn op de stuurgroepvergaderingen van een IGS-project lokaal woonbeleid?

Bij de stuurgroepvergaderingen moet elke deelnemende gemeente vertegenwoordigd zijn door een politieke mandataris (lid van CBS of gemeenteraadslid) (cfr artikel 14 van het BVR van 8 juli 2016). Wanneer de vaste vertegenwoordiger niet kan, mag die zich laten vervangen door een andere politieke mandataris. De ledenlijst met de namen van de vaste vertegenwoordigers maakt deel uit van de subsidieaanvraag. Die ledenlijst bevat niet de namen van de mogelijke vervangers. De stuurgroep van het project kent niet automatisch dezelfde samenstelling als het beheerscomité van de interlokale vereniging of de raad van bestuur van de projectvereniging of de algemene vergadering van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging.

Bijkomend aan een politieke mandataris per gemeente mogen ook anderen (zoals de projectcoördinator, projectmedewerkers, gemeente- en OCMW-ambtenaren) deelnemen aan de stuurgroep van het IGS-project.

Hoe vaak moet er overlegd worden voor de uitvoering en opvolging van een IGS-project lokaal woonbeleid?

Gemeentelijk: in elk van de deelnemende gemeenten van het project wordt minstens tweemaal per volledig werkingsjaar een lokaal woonoverleg georganiseerd. In een onvolledig werkingsjaar wordt minstens één lokaal woonoverleg georganiseerd (cfr artikel 9 van het BVR van 8 juli 2016).

Intergemeentelijk: minstens twee keer per volledig werkingsjaar komt de stuurgroep samen. In een onvolledig werkingsjaar komt de stuurgroep minstens één keer samen (cfr artikel 18 van het BVR van 8 juli 2016).

Moet elke gemeente die deelneemt aan een IGS-project lokaal woonbeleid, aangesloten zijn / aansluiten bij een sociaal verhuurkantoor?

Neen, die gemeenten worden niet verplicht om aan te sluiten bij een sociaal verhuurkantoor, m.a.w. er moet niet verplicht een SVK-werking zijn op het grondgebied van elke gemeente in het werkingsgebied.

Wie kan er, behalve gemeenteambtenaren, ingezet worden voor de uitvoering van aanvullende activiteiten van een IGS-project lokaal woonbeleid?

De aanvullende activiteiten kunnen uitgevoerd worden door personeelsleden van de gemeente of het OCMW of door personeelsleden van een partner(organisatie) die belast is met de uitvoering van het project (cfr artikel 1, 5° en 8° en artikel 3 en artikel 15, 2° van het BVR van 8 juli 2016). Bepaalde acties en initiatieven die normaliter uitgevoerd worden door bv een OCMW-ambtenaar (bv. de behandeling van huursubsidieaanvragen) hoeven dus niet overgenomen te worden door een gemeenteambtenaar om in aanmerking te kunnen komen voor een aanvullende activiteit.

Moet het werkingsgebied van een IGS-project lokaal woonbeleid aaneengesloten zijn?

Een opstartend (nieuw) IGS-project dat volledig uit niet-IGS-gemeenten (gemeente die niet deelneemt aan een IGS-project cfr het BVR van 21/09/2007) zal bestaan hoeft geen aaneengesloten werkingsgebied te hebben. Ook bestaande IGS-projecten die hun werkingsgebied behouden of die hun werkingsgebied uitbreiden met niet-IGS-gemeenten, kunnen verdergezet worden zonder dat de voorwaarde van een aaneengesloten werkingsgebied van toepassing is.

De voorwaarde van een aaneengesloten werkingsgebied, zoals bepaald in artikel 24 van het BVR van 8 juli 2016, is enkel van toepassing als een IGS-gemeente (gemeente die deelneemt aan een IGS-project cfr het BVR van 21/09/2007) wil toetreden tot een nieuw of ander (bestaand) project. Dan moet de toetreding van die gemeente ertoe leiden dat er een (groter) aaneengesloten werkingsgebied ontstaat. Bovendien moet die gemeente uit het ene project getreden zijn vooraleer het nieuwe of andere project (waarin het wil toetreden) van start gaat.

Een (groter) aaneengesloten werkingsgebied dient als volgt geïnterpreteerd:

  • als het werkingsgebied al aaneengesloten is, volstaat het dat de toetredende gemeente aan het werkingsgebied grenst, waardoor een groter aaneengesloten werkingsgebied ontstaat;
  • als het werkingsgebied nog niet aaneengesloten was, dan moet de toetreding van de bijkomende gemeente er toe leiden dat er een aaneengesloten werkingsgebied ontstaat.

Welke informatie moet opgenomen worden in de stuurgroepverslagen van een IGS-project?

De stuurgroepverslagen bevatten de weergave van de bespreking van de uitvoering van de verplichte en aanvullende activiteiten, ze moeten duidelijkheid bieden over een eventuele bijsturing van de geplande uitvoering in de resterende periode en over de mate waarin de verplichte en aanvullende activiteiten in elk van de deelnemende gemeenten uitgevoerd werden in de afgelopen werkingsperiode. Het is daarbij aangewezen om de prestaties en resultaten te duiden met feiten en cijfers. Dat kan ook met een rapport in bijlage.

Wanneer beoordeelt Wonen-Vlaanderen de projectuitvoering van een IGS-project en wanneer wordt de volgende subsidieschijf uitbetaald ?

De beoordeling van het afgelopen werkingsjaar zal gebeuren na de eerste stuurgroep die plaatsvindt in het daaropvolgende werkingsjaar, vermits op basis van de stuurgroepverslagen (van de stuurgroepen die plaatsvonden in het afgelopen werkingsjaar) nog niet het volledige afgelopen werkingsjaar beoordeeld kan worden. Daarna wordt de volgende subsidieschijf uitbetaald.

Hoe zal Wonen-Vlaanderen voor IGS-projecten het bedrag van een subsidievermindering berekenen als bij de beoordeling van een werkingsjaar zou blijken dat aanvullende activiteiten niet of onvoldoende uitgevoerd worden zoals vooropgesteld in de subsidieaanvraag ?

Wonen-Vlaanderen zal het subsidiebedrag voor die aanvullende activiteiten pro rato verrekenen en in mindering brengen van het subsidiebedrag voor het volgende werkingsjaar en, wanneer dat nodig is, terugvorderen. De wijze waarop subsidiebedragen voor aanvullende activiteiten die in het afgelopen werkingsjaar in onvoldoende mate uitgevoerd werden verrekend worden, is analoog met de werkwijze voor de correctie van de subsidiepercentages van aanvullende activiteiten die niet in elke gemeente van het werkingsgebied uitgevoerd worden, zoals beschreven in de nota aan de Vlaamse regering (VR 2016 0807 DOC.0775/1) bij het besluit van de Vlaamse regering van 8 juli 2016.

Voor aanvullende activiteiten onder doelstellingen 1, 3 en 4:
• Als het gecumuleerde aantal aanvullende activiteiten voor het werkingsgebied 5, 6, 7, 8 of 9  bedraagt, dan bedraagt het gewicht per activiteit 1/5, 1/6, 1/7, 1,8, 1/9 van 10 %. Voor de subsidievermindering wordt dat gewicht vermenigvuldigd met het aandeel van de gemeente(n) dat de activiteit niet behoorlijk heeft uitgevoerd. Tenzij in elke gemeente minstens 5 activiteiten behoorlijk uitgevoerd worden: in dat geval wordt het subsidiepercentage van 10% vastgeklikt en wordt de subsidievermindering niet toegepast.
• Als het gecumuleerde aantal aanvullende activiteiten voor het werkingsgebied 10 of meer bedraagt, dan bedraagt het gewicht per activiteit 1/10, 1/11, 1/12, enz van 20 %. Voor de subsidievermindering wordt dat gewicht vermenigvuldigd met het aandeel van de gemeente(n) dat de activiteit niet behoorlijk heeft uitgevoerd. Tenzij in elke gemeente minstens 10 activiteiten behoorlijk uitgevoerd worden: in dat geval wordt het subsidiepercentage van 20% vastgeklikt en wordt de subsidievermindering niet toegepast.

Voor aanvullende activiteiten onder doelstelling 2:
• Als het gecumuleerde aantal aanvullende activiteiten voor het werkingsgebied 6, 7, 8, 9, 10 of 11 bedraagt, dan bedraagt het gewicht per activiteit 1/6, 1/7, 1/8, 1/9, 1/10, 1/11 van 20 %. Voor de subsidievermindering wordt dat gewicht vermenigvuldigd met het aandeel van de gemeente(n) dat de activiteit niet behoorlijk heeft uitgevoerd. Tenzij in elke gemeente minstens 6 activiteiten behoorlijk uitgevoerd worden: in dat geval wordt het subsidiepercentage van 20% vastgeklikt en wordt de subsidievermindering niet toegepast.
• Als het gecumuleerde aantal aanvullende activiteiten voor het werkingsgebied 12 of meer bedraagt, dan bedraagt het gewicht per activiteit 1/12, 1/13, 1/14, enz van 40 %. Voor de subsidievermindering wordt dat gewicht vermenigvuldigd met het aandeel van de gemeente(n) dat de activiteit niet behoorlijk heeft uitgevoerd. Tenzij in elke gemeente minstens 12 activiteiten behoorlijk uitgevoerd worden: in dat geval wordt het subsidiepercentage van 40% vastgeklikt en wordt de subsidievermindering niet toegepast.

 

Moeten IGS-projecten met een laatste onvolledig werkingsjaar dat slechts enkele maanden duurt, eind 2019 toch een stuurgroep organiseren om de uitvoering van de activiteiten van het afgelopen volledige werkingsjaar te bespreken?

Artikel 18 van het BVR van 8 juli 2016 bepaalt dat de stuurgroep in een onvolledig werkingsjaar minstens één keer samenkomt. Dus ook de IGS-projecten waarvan het laatste onvolledige werkingsjaar slechts 1 tot 4 maanden duurt, moeten in die korte periode eind 2019 minstens 1 stuurgroep organiseren.
Als het om een bepaalde reden niet mogelijk of opportuun is om op die stuurgroep eind 2019 het laatste volledige afgelopen werkingsjaar van 12 maanden te bespreken en de projectuitvoerder verkiest om die bespreking uit te stellen naar de stuurgroep begin 2020, dan kunnen op de stuurgroep eind 2019 andere punten geagendeerd en besproken worden. In dat geval kan Wonen-Vlaanderen het eerste voorschot van 70% van het laatste onvolledige werkingsjaar eind 2019 nog niet uitbetalen, omdat het afgelopen volledige volledige werkingsjaar van 12 maanden nog niet geëvalueerd is (zoals bepaald in artikel 17 §2). Het voorschot van 70 % zal dan terzelfdertijd met het saldo van 30% uitbetaald worden in 2020 na evaluatie van de periode van 13 tot 16 maanden o.b.v. het stuurgroepverslag van de stuurgroep die plaatsvindt begin 2020.
 

Meer vragen

Contact

Adres: 
Wonen-Antwerpen, team lokale besturen
Lange Kievitstraat 111–113 bus 54
2018 Antwerpen
Telefoonnummer: 
Adres: 
Wonen Limburg, team lokale besturen
VAC
Koningin Astridlaan 50 bus 1
3500 Hasselt
Telefoonnummer: 

enkel voor lokale besturen

Adres: 
Wonen Oost–Vlaanderen, team lokale besturen
Virginie Lovelinggebouw
Koningin Maria Hendrikaplein 70 bus 92
9000 Gent

enkel voor lokale besturen

Adres: 
Wonen Vlaams–Brabant, team lokale besturen
Dirk Boutsgebouw
Diestsepoort 6 bus 92
3000 Leuven
Adres: 
Wonen West–Vlaanderen, team lokale besturen
VAC Jacob van Maerlantgebouw
Koning Albert I-laan 1/2 bus 93
8200 Brugge