Advies Vlaamse Woonraad over de aanpassing van het Kaderbesluit Sociale Huur

De Vlaamse Regering wil wijzigingen aanbrengen aan de Vlaamse Wooncode en het Kaderbesluit Sociale Huur. Deze wijzigingen betreffen de invoering van tijdelijke contracten (uitstroom hogere inkomensgroepen realiseren en onderbezetting tegengaan), de bestrijding van domiciliefraude en de snellere sanctionering van woonoverlast in de sociale huur.

De voorstellen houden een ingrijpende wijziging van het sociale huurregime in. De Vlaamse Woonraad betreurt dat voor deze ontwerpen geen reguleringsimpactanalyse (RIA) werd opgesteld. Dit had inzicht kunnen verschaffen in diverse scenario’s die kunnen leiden tot een meer efficiënt gebruik van het sociale huurpatrimonium. De Raad wijst op de toenemende complexiteit van de regelgeving, en dit zowel voor de sociale verhuurders als voor de huurders. 

Het principe van een meer optimale benutting van het sociale huurpatrimonium kan een legitieme beleidskeuze vormen. De Vlaamse Woonraad heeft echter bedenkingen bij de wijze waarop dit principe wordt uitgewerkt. De Raad stelt zich met name de vraag of het noodzakelijk en proportioneel is om de volledige groep van (nieuwe) sociale huurders te vatten met tijdelijke huurcontracten, terwijl de gestelde problemen inzake doelgroep en bezettingsgraad (1) qua omvang relatief beperkt zijn, (2) ook in combinatie met contracten van onbepaalde duur of (3) via andere incentives kunnen worden gerealiseerd. De Raad pleit voor een meer proportionele aanpak, waarbij het principe van contracten van onbepaalde duur behouden blijft (in functie van woonzekerheid en beperking van administratieve lasten), doch  aangepaste opzegmogelijkheden worden voorzien in functie van de beleidsdoelstellingen.

Wat betreft de aanpak van onderbezetting  lijkt het de Vlaamse Woonraad aangewezen om de lokale woonactoren te responsabiliseren inzake het optimale gebruik van hun patrimonium én hen hiertoe de nodige instrumenten aan te reiken, eerder dan dit als algemene, verplichtende regel op te leggen. Inzake domiciliefraude meent de Raad dat moet worden nagegaan of het huidig instrumentarium voldoende armslag biedt om de problematiek aan te pakken. Indien dit niet het geval zou zijn, moet alvast een evenredige en proportionele aanpak worden uitgewerkt. Ter bestrijding van woonoverlast meent de Raad dat vooral moet worden geijverd voor preventieve en positieve acties, en dat sanctionering eerder een laatste redmiddel is.

PDF icon Advies Vlaamse Woonraad over het Kaderbesluit Sociale Huur (28/01/2016) 

 

 

< Nieuwsoverzicht