Resultaten van vorige woonsurveys

Een goed woonbeleid begint met goede gegevens over de bestaande situatie, de ontwikkelingen en te verwachten trends op de woningmarkt. In het verleden bevatten de klassieke ‘volks‐ en woningtellingen’ een schat aan informatie over de woonsituatie van de volledige bevolking. Steekproefonderzoek en administratieve data leverden aanvullende informatie. Na afschaffing van de volks‐ en woningtelling (de laatste werd gehouden in 2001) ontstond echter een grote leemte in de noodzakelijke basisinformatie over wonen.

Daarom nam de Vlaamse overheid in 2005 het initiatief om voor de eerste keer een grootschalige bevraging te houden over de woonsituatie van de Vlaamse huishoudens. Bij 5.200 gezinnen werd een interview afgenomen en 8.200 woningen werden onderworpen aan een uitwendige schouwing. De informatie uit deze ‘Woonsurvey 2005’ vormde de basis voor een uitgebreide reeks van analyses over onder meer betaalbaarheid, kwaliteit en woonzekerheid van de Vlaamse huishoudens.

De belangrijkste onderzoeksresultaten vind je samengevat in dit onderzoeksrapport.  

In 2012‐2013 werd voor een tweede maal dergelijke bevraging gehouden, nu bij ongeveer 10.000 huishoudens. De grotere steekproefomvang laat toe een nog meer verfijnd beeld van de woonsituatie te tekenen. Voor de 13 centrumsteden werd een voldoende groot aantal huishoudens bevraagd om ook op niveau van de individuele steden nauwkeurige en betrouwbare uitspraken te kunnen doen. Een ander belangrijk verschil met 2005 is dat nu ook de binnenkant van een groot aantal woningen (5.000) op een objectieve manier in beeld werd gebracht. Dit grootschalig onderzoek naar de woonsituatie en woningkwaliteit kreeg de naam ‘Grote Woononderzoek 2013’ (GWO 2013).

De belangrijkste onderzoeksresultaten vind je samengevat in dit onderzoeksrapport.

Dit jaar wordt voor de 3de keer een grootschalige survey naar de woonsituatie van huishoudens in Vlaanderen uitgevoerd: de Woonsurvey 2018.