Hoe bepaalt de minister welke maatregelen aan de visitatie worden gekoppeld?

Wellicht weet u dat de minister maatregelen kan nemen naar aanleiding van de resultaten van een visitatie van een SHM. De mogelijke maatregelen zijn opgesomd in artikel 32, 33 en 34 van het Erkenningenbesluit:
  • de SHM verplichten tot het opstellen en uitvoeren van een verbeterplan;
  • de eerstvolgende visitatie van de SHM vervroegen;
  • de SHM verplichten om een beroep te doen op externe bijstand;
  • het aanstellen van een bestuurder die geheel of gedeeltelijk in de plaats treedt van het bestuursorgaan van de SHM;
  • de activiteiten van de SHM tijdelijk uitbesteden;
  • de SHM verplichten tot samenwerking met een andere SHM;
  • de projectfinanciering van de SHM opschorten (wanneer ook niet voldaan is aan de minimale schaalgrootte);
  • de SHM verplichten tot fusie met een andere SHM en
  • de erkenning van de SHM intrekken.
 
De minister neemt een beslissing over de eventuele maatregelen die aan een visitatie zijn verbonden op basis van het definitief visitatierapport én op basis van de formele reactie van de SHM op dat definitief visitatierapport. Tips bij het schrijven van uw reactie kan u hier vinden.
 
Als het oordeel op alle doelstellingen ‘goed’ of ‘zeer goed’ luidt, zal de minister in principe geen maatregelen nemen naar aanleiding van de prestatiebeoordeling.
 
Als de prestaties van een SHM op één of meerdere doelstellingen als ‘voor verbetering vatbaar’ (VVV) of ‘onvoldoende’ worden beoordeeld, zal de beslissing van de minister sterk contextafhankelijk zijn. We verwachten dat de minister in principe altijd eerst zal nagaan of het nodig is om de SHM te verplichten om een verbeterplan op te stellen. Daarbij speelt het antwoord op de volgende vragen een belangrijke rol:
  • Wat heeft de visitatiecommissie de minister aanbevolen over de te nemen maatregelen ten aanzien van de SHM en waarom?
  • Heeft de visitatiecommissie ook prestaties als ‘onvoldoende’ beoordeeld en waarom?
  • Heeft de SHM in haar formele reactie concrete, intern gedragen, haalbare, meetbare, tijdsgebonden en gefaseerde verbeteracties voorgesteld om binnen een redelijk tijdsbestek de prestaties te verbeteren van de als ‘VVV’ en/of als ‘onvoldoende’ beoordeelde doelstellingen?
  • Sluiten de door de SHM beoogde verbeteracties aan bij alle vereisten (cf. Draaiboek voor de prestatiebeoordeling van SHM’s) waaraan er nog niet werd voldaan?
  • Voorziet de SHM in een monitoringsysteem van de verbeteracties, dat de raad van bestuur van de SHM toelaat om de verbeteracties degelijk op te volgen, te evalueren en zo nodig bij te sturen?
  • Heeft de SHM voldoende en valabele maatregelen genomen om de eventuele gevolgen van de beoogde verbeteracties op andere doelstellingen te beheersen? 
  • In welke mate volstaan de door de SHM beoogde verbeteracties om binnen een redelijke termijn tot (minstens) goede prestaties te komen op alle doelstellingen?
  • Heeft de SHM haar verbeterintenties naar aanleiding van de vorige prestatiebeoordeling uitgevoerd en in welke mate hebben die verbeteracties tot prestaties geleid die aan de geldende vereisten voldoen?
 
Indien de minister beslist dat de SHM een verbeterplan moet opmaken en uitvoeren, krijgt de SHM meestal zes maanden de tijd om zo’n plan op te stellen. De minister zal in de beslissingsbrief de voorwaarden bepalen waaraan het plan moet voldoen. De SHM kan zich laten begeleiden door de VMSW bij het uitwerken van het plan.  
 
Bij het beoordelen van het verbeterplan zal de minister in eerste instantie nagaan of aan alle voorwaarden is voldaan. Als dat niet het geval is, of als de SHM niet tijdig een plan indient, of als de minister het plan als niet afdoend of niet haalbaar beschouwt, kan de minister beslissen om bijkomend meer verregaande maatregelen te nemen, zoals hierboven vermeld.