De minimale dakisolatienorm

De Vlaamse Regering besliste op 28 oktober 2011 tot een aanpassing van de technische verslagen voor het onderzoek van de kwaliteit van woningen en kamers. Die wijziging voert onder meer een minimale dakisolatienorm in voor zelfstandige woningen. De hoofdlijnen van deze nieuwe kwaliteitsnorm vindt u hieronder. Voor de woningcontroleur, die de dakisolatie vanaf 1 januari 2015 moet beoordelen, heeft Wonen-Vlaanderen ook een aantal praktische PDF icon richtlijnen voor de beoordeling van de dakisolatievereisteopgesteld.

Voor welke woningen?

De norm geldt voor alle zelfstandige woningen gelegen in het Vlaamse Gewest.

  • De dakisolatienorm is van toepassing op eengezinswoningen, studio’s en appartementen, maar niet op kamers.
  • De dakisolatienorm is in theorie, net als alle andere minimale kwaliteitsnormen voor woningen, niet beperkt tot huurwoningen. Maar de mogelijke sancties bij een ongeschiktverklaring (jaarlijkse heffing, strafrechtelijke handhaving) gelden niet voor eigenaar-bewoners.

Welke minimumnorm geldt voor dakisolatie?

Als minimumnorm geldt een R-waarde dakisolatie van 0,75m² K/W. Dit stemt overeen met een laag specifiek isolerend materiaal van 3 à 4cm (maar dit verschilt naargelang het materiaal dat wordt gebruikt). Als isolatiemateriaal beschouwt men materialen met een lambdawaarde van hoogstens 0,10 W/mK. Een geïsoleerde zoldervloer bij onverwarmde en onbewoonde zolder, geldt als een geïsoleerd dak.
 
Er wordt enkel rekening gehouden met feitelijke vaststellingen. Dat betekent dat er vanaf 1 januari 2015 alleen strafpunten worden toegekend als:

  • het Energieprestatiecertificaat (EPC) een feitelijk vastgestelde R-waarde vermeldt lager dan 0,75 m² K/W. Er wordt dus geen rekening gehouden met default-waarden.
  • uit feitelijke vaststellingen van de woningcontroleur blijkt dat er geen dakisolatie aanwezig is. De woningcontroleur zal dit alleen zelf beoordelen als het EPC niet beschikbaar is of als het EPC enkel een default-waarde vermeldt.

Voor het toekennen van de strafpunten maakt men een onderscheid tussen daken kleiner en daken groter dan 16m². Er is ook een fasering in de tijd, waardoor het aantal toegekende strafpunten geleidelijk stijgt. Pas vanaf 1/01/2020 kan het ontbreken van voldoende dakisolatie op zich aanleiding geven tot een ongeschiktverklaring.

 

Vanaf wanneer geldt de minimale dakisolatienorm?

De dakisolatienorm treedt in werking op 1 januari 2015.

De regeling wordt meteen opgenomen van zodra de nieuwe technische verslagen worden gebruikt. Concreet komt er vanaf 1 januari 2013 een opmerking op het technisch verslag wanneer tijdens een woningonderzoek blijkt dat er geen of onvoldoende dakisolatie is. Pas vanaf 1 januari 2015 leidt dit ook effectief tot de toekenning van strafpunten.

De gefaseerde invoering ziet er als volgt uit:

PeriodeStrafpunten voor daken kleiner dan 16m² met R-waarde lager dan 0,75m²K/WStrafpunten voor daken vanaf 16m² met R-waarde lager dan 0,75m²K/W
1/01/2015 t.e.m. 31/12/201713
1/01/2018 t.e.m. 31/12/201939
Vanaf 1/01/2020915

Let op: 

Als het dak van een appartementsgebouw niet voldoet aan de vastgestelde minimumnorm, krijgen alle appartementen in het gebouw vanaf 1 januari 2015 evenveel strafpunten. Het dak is immers een gemeenschappelijk deel van het appartementsgebouw en gebreken aan de gemeenschappelijke delen tellen voor alle woningen in het gebouw. Dat betekent dat een gelijkvloers appartement ook strafpunten krijgt wanneer het appartement onder het dak onvoldoende dakisolatie heeft, ongeacht de eigendomssituatie (één eigenaar of gedwongen mede-eigendom als vermeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek).

Zijn er uitzonderingen op de dakisolatienorm?

Ja, daken kleiner dan 2m² zijn vrijgesteld. En zoals hoger al gezegd, geldt de uitgewerkte regeling enkel voor zelfstandige woningen, en dus niet voor kamers.

Vaak gestelde vragen

Hoe kan de aanwezigheid van dakisolatie in de woning worden aangetoond?

De aanwezigheid van dakisolatie kan worden aangetoond met het EnergiePrestatieCertificaat (EPC) of met het Postinterventiedossier. Ook een bouwplan, lastenboek of factuur mag gebruikt worden om de aanwezigheid van isolatie aan te tonen voor het EPC. Deze documenten moeten wel voldoen aan een aantal voorwaarden (vermelding van adres, datum, auteur, ...).

 

Een destructief onderzoek waarbij de energiedeskundige en een dakdekker de aanwezigheid van dakisolatie vaststellen en deze bevindingen vastleggen in een rapport, is geldig als bewijs om de aanwezigheid van dakisolatie aan te tonen.

Een eenvoudige verklaring van een dakwerker volstaat evenwel niet.

 

Als het EPC enkel aangeeft dat er dakisolatie is, maar geen melding maakt van de R-waarde is het aan te raden om de plannen van en informatie over de dakopbouw te bewaren bij het EPC-attest.”

Welke delen van een appartementsgebouw moeten niet voldoen aan de Vlaamse dakisolatienorm?

De Vlaamse dakisolatienorm is van toepassing op eengezinswoningen, studio’s en appartementen (niet op kamerwoningen). Uitstekende daken van winkelpanden, bedrijfsruimten, garages, bergruimten,… (op het gelijkvloers) die deel uitmaken van het appartementsgebouw, vallen daar niet onder en moeten niet voldoen aan de Vlaamse dakisolatienorm. Dit sluit evenwel niet uit dat volgens andere regelgeving en reglementering (vb. EBP) de daken van niet-woonentiteiten wel moeten geïsoleerd zijn of worden.

Het dak van de technische ruimten (vb. liftkoker) die zich bovenop het hoogste woonniveau van een appartementsgebouw bevinden, moet niet geïsoleerd zijn. Het ‘dak’ van een dergelijke infrastructuur behoort niet tot het dak van de woongelegenheden. De onderliggende ruimtes (i.c. liften en liftkokers) zijn afgeschermd van de woonentiteiten. Als dusdanig valt het dak van dergelijke infrastructuur niet onder de Vlaamse dakisolatienorm.

Moet het (plat) dak van de uitbouw in de voor- en of achtergevel van een woning of appartementsgebouw ook geïsoleerd zijn?

Alle daken van zelfstandige woningen en appartementsgebouwen moeten geïsoleerd zijn tegen 2020. Dit houdt in dat ook de platte daken van de uitbouwen moeten geïsoleerd worden voor zover ze het dak vormen van de woongelegenheden. Daken tot 2 m² zijn vrijgesteld van de isolatieverplichting.

Wat als het dak van 1 appartement in een appartementsgebouw niet voldoet aan de dakisolatienorm?

Het volledige dak van het appartementsgebouw moet geïsoleerd zijn. Als het dak van een appartementsgebouw niet voldoet aan de vastgestelde minimumnorm, krijgen alle appartementen in het gebouw vanaf 1 januari 2015 evenveel strafpunten. Het dak is immers een gemeenschappelijk deel van het appartementsgebouw en gebreken aan de gemeenschappelijke delen tellen voor alle woningen in het gebouw. Dat betekent dat een gelijkvloers appartement ook strafpunten krijgt wanneer het appartement onder het dak onvoldoende dakisolatie heeft, ongeacht de eigendomssituatie (één eigenaar of gedwongen mede-eigendom als vermeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek).

Meer vragen

Contact

Adres: 
Wonen Antwerpen, Meldpunt Woningkwaliteit
Lange Kievitstraat 111–113 bus 54
2018 Antwerpen
Adres: 
Wonen Limburg, Meldpunt Woningkwaliteit
VAC
Koningin Astridlaan 50 bus 1
3500 Hasselt
Adres: 
Wonen Oost-Vlaanderen, Meldpunt Woningkwaliteit
Virginie Lovelinggebouw
Koningin Maria Hendrikaplein 70 bus 92
9000 Gent
Adres: 
Wonen Vlaams-Brabant, Meldpunt Woningkwaliteit
Dirk Boutsgebouw
Diestsepoort 6 bus 92
3000 Leuven
Adres: 
Wonen West-Vlaanderen, Meldpunt Woningkwaliteit
VAC Jacob van Maerlantgebouw
Koning Albert I-laan 1/2 bus 93
8200 Brugge