Fonds Bestrijding Uithuiszettingen

Jaarlijks dreigen duizenden huishoudens op straat te worden gezet. De Vlaamse Regering wil hier iets aan doen. Op 3 mei 2019 heeft de Vlaamse Regering het besluit goedgekeurd tot instelling van een tegemoetkoming aan het OCMW ter bestrijding van de uithuiszettingen.

Het Fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen zal in werking treden op 1 juni 2020.

Regelgeving

Besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2019 tot instelling van een tegemoetkoming aan het OCMW ter bestrijding van uithuiszettingen

Meer regelgeving

Vaak gestelde vragen

Wat is huurachterstal ontstaan vanaf 1 april 2020?

Dit is huurachterstal die vervallen is op 1 april 2020. Dus alle huurachterstal die betaald diende te worden op 31 maart of later komt in aanmerking. Als een huurder ook huurachterstal heeft die ontstaan is voor 1 april 2020 komt deze niet in aanmerking. Enkel de huurachterstal ontstaan vanaf 1 april 2020 komt in aanmerking.

Vb. de huurder heeft de huurgelden van de maand maart, april en mei niet betaald. De huurgelden dienen volgens de overeenkomst betaald te worden voor de 5e van de maand waarop ze betrekking hebben. Op 1 juni stelt de verhuurder een huurachterstal vast van 3 maanden. Welke huurachterstal komt in aanmerking voor het Fonds op 1 juni? De huurachterstal van de maanden april en mei. De huurachterstal voor de maand maart komt niet in aanmerking, want deze is ontstaan op 6 maart. 

Hoe kan ik als OCMW een aanvraag doen?

Het Fonds treedt  in werking op 1 juni 2020. Ingevolge de corona-crisis, werd beslist dat ook huurachterstallen van april en mei in aanmerking komen. Aanvragen zullen pas ingediend kunnen worden vanaf 1 juni 2020. U zal de aanvraag kunnen doen via het portaal dat vanaf 1 juni beschikbaar is. Via dit portaal kan de begeleidingsovereenkomst worden opgemaakt en vervolgens worden doorgestuurd naar het Fonds.

Kan de verhuurder weigeren om de overeenkomst te tekenen? En dus alsnog overgaan tot uithuiszetting?

Als er geen overeenkomst is tussen de 3 partijen kan deze niet getekend worden en staat het de verhuurder uiteraard vrij een vordering in te leiden.

Kan een huurder die ook al voor maart 2020 huurachterstal heeft, toch beroep doen op het Fonds maar dan enkel voor april 2020? Of mag de volledige huurachterstal pas ontstaan zijn vanaf 01/04?

Enkel huurachterstal ontstaan vanaf 1 april 2020 komt in aanmerking en er moet minimum 2 maanden huurachterstal zijn. Als er huurachterstal is voor de maanden maart, april en mei, zal enkel de huurachterstal voor de maand april en mei in aanmerking komen voor zover deze vervallen is vanaf 1 april 2020.

Kan een huurder meerdere malen beroep doen op de ondersteuning van het Fonds?

Ja, op dit ogenblik is hier geen beperking op voorzien.

Kan het OCMW bijkomende voorwaarden afspreken met de huurder en de verhuurder. Zoals bijvoorbeeld de afspraak met de verhuurder om kwaliteitsproblemen in de woning aan te pakken?

  • Voor achterstallige huurgelden bij malafide eigenaars of voor woningen van slechte kwaliteit kan een tussenkomst verleend worden indien engagementen van de verhuurder in het contract worden opgenomen;
  • Achterstallige huurgelden voor woningen waarvoor de huurwaarborg cash werd betaald kunnen betaald worden op voorwaarde dat deze gelden beschouwd worden als huurwaarborg (ook voor contracten voor 2020) en gestort worden op een geblokkeerde rekening

Het OCMW is het best geplaatst om te oordelen of het aangewezen is om deze bijkomende voorwaarden op te nemen. Deze voorwaarden kunnen opgenomen worden onder de aanvullende bepalingen in de overeenkomst.

Stel dat een cliënt 5 maanden huurachterstal heeft van 3000 euro. Het OCMW komt tussen voor de helft met een maximum van 1250 euro. In dit geval komt het OCMW dus tussen voor een bedrag van 1.250 euro. De tussenkomst van het Fonds is een fofaitair bedrag van 200 euro en voor de eerste en tweede tegemoetkoming samen maximaal 1.500 euro. In het maximale scenario zou het OCMW 1.700 euro ontvangen en is ze zelf voor 1.250 euro tussengekomen. Klopt dit?

Ja, dit klopt. Het kan dus inderdaad zo zijn, dat het OCMW meer ontvangt dan dat ze zelf is tussen gekomen als de twee tegemoetkomingen kunnen worden uitbetaald. Bovendien beslist het OCMW autonoom of het de tussenkomst die ze heeft betaald (in het voorbeeld 1.250 euro) terugvorderbaar stelt van de huurder. 

Wie moet de "verklaring van de verhuurder" tekenen als de huurder verhuisd is?

Als de huurovereenkomst is beëindigd kan de tegemoetkoming voor de stabiele woonsituatie worden aangevraagd op het moment dat de begeleidingsovereenkomst werd uitgevoerd en de huurder bij de beëindiging van de huurovereenkomst geen nieuwe huurachterstallen heeft opgebouwd. De verklaring van de verhuurder wordt afgeleged door de verhuurder die mee de begeleidingsovereenkomst heeft ondertekend. Om te kunnen vaststellen of de huurder de begeleidingsovereenkomst correct heeft nageleefd dient het OCMW contact op te nemen met de verhuurder, wat  onderdeel uitmaakt van de begeleidingstaak van het OCMW.

Is er voor de verklaring van de verhuurder ook een modeldocument?

Ja, hiervoor is een document voorzien op het portaal. Eerst start de dossierbehandelaar de aanvraag voor de tweede tegemoetkoming op het portaal, waarna het document "verklaring van de verhuurder" wordt aangemaakt.

Moet er steeds een verklaring van de verhuurder worden toegevoegd om de tweede tegemoetkoming te kunnen aanvragen?

Ja, deze verklaring moet worden toegevoegd. De verhuurder verbindt er zich toe in de begeleidingovereenkomst om op eerste verzoek van het OCMW de verklaring te bezorgen waarin hij bevestigt dat de huurder de begeleidingsovereenkomst correct heeft nageleefd en geen nieuwe huurachterstallen heeft opgebouwd.

Meer vragen

Contact

Adres: 
Herman Teirlinckgebouw
Havenlaan 88 bus 40B
1000 Brussel