Rookmelders: richtlijnen voor plaatsing

Welk type rookmelder plaatsen?

Installeer alleen kwalitatieve optische rookmelders (ook ‘foto-elektrisch' is een mogelijke benaming).

  • De rookmelder moet CE gemarkeerd zijn en voldoen aan de norm NBN EN 14604.
  • Zowel een type met vervangbare batterij als een type voorzien van een niet-vervangbare batterij komt in aanmerking. Een type met niet-vervangbare batterij met een levensduur van 10 jaar wordt aangeraden.
  • De rookmelder moet reageren op de rookontwikkeling bij brand door het produceren van een scherp geluidsignaal.
  • De rookmelder mag niet van het ionische type zijn. Dergelijke rookmelders mogen al enkele jaren niet meer verkocht worden.
  • Kies een toestel dat beschikt over een testknop.

Al deze kenmerken vindt u terug op de verpakking.

Er bestaan ook rookmelders die speciaal ontworpen zijn voor doven en slechthorenden. Deze werken met felle flitslichten al dan niet in combinatie met een trilplaat die inschakelt in geval van nood.

 

Waar rookmelders hangen?

rookmelders.jpg

Om wettelijk in orde te zijn moet een zelfstandige woning (eengezinswoning, appartement of studio) of kamerwoning op elke verdieping minstens een rookmelder hebben. In kamerwoningen moet er bovendien ook in elke kamer een rookmelder zijn.

Let op! 

Het is aan te raden om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg van de slaapkamer naar buiten (de kortste vluchtweg).
Kelders en zolders die rechtstreeks toegankelijk zijn, moeten minstens een rookmelder hebben. Dat is ook het geval voor een kelder- of zolderruimte waarin zich een technische installatie bevindt. Deze verplichtingen zijn ook van toepassing op kelders en zolders in gedeeld gebruik (vb. in appartementsgebouwen en kamerwoningen). 

 

Hoe rookmelders installeren?

  • Installeer het toestel volgens de voorschriften van de fabrikant.
  • Bevestig een rookmelder steeds tegen het plafond (want rook stijgt).  (Bepaalde types kunnen ook tegen de wand geplaatst worden. Dit moet duidelijk vermeld staan op de verpakking of in de bijgesloten handleiding.)
  • Installeer de rookmelder idealiter in het midden van het plafond.
  • Installeer de rookmelder op minstens 30 cm van de muur.
  • Als de fabrikant het toelaat, kan de rookmelder ook voorzien worden op de wand. Hang de rookmelder in dergelijke situatie dan zo hoog mogelijk, maar minstens 15 cm verwijderd van het plafond en 30 cm van de hoek.
  • Maak de onderkant van de rookmelder vast (kleven of vastschroeven).
  • Bevestig de rookmelder aan het onderstel.
  • Plaats eerst de batterij en bevestig de rookmelder aan het onderstel (ingeval van een type met vervangbare batterij).
  • Zorg dat de rookmelder na installatie is ingeschakeld.
  • Druk na de installatie op de testknop.
  • Controleer na plaatsing of het alarmsignaal in alle vertrekken van de woning te horen is, ook met gesloten deuren.

 

Schematische voorstelling (overgenomen uit Bijlage I bij het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 april 2004 tot bepaling van bijkomende verplichtingen inzake brandvoorkoming in de te huur gestelde woningen):

afbeelding_plaasting_rookmelders.png

Wat moet u na de installatie nog doen?

  • Test de rookmelder minstens een keer per maand.
  • Verwijder af en toe het stof van de rookmelder met een stofdoek of stofzuiger (niet met water!).
  • Haal enkel de batterij uit je rookmelder om deze te vervangen. Een 9V batterij heeft een levensduur van ongeveer een jaar, AA batterijen gaan doorgaans 2 à 3 jaar mee. 
  • Bij een type met een niet-vervangbare batterij: vervang de rookmelder na de geldigheidsduur van de niet-vervangbare batterij (doorgaans 10 jaar).
  • Overschilder de rookmelder nooit en plak de gaatjes niet toe!
  • Volg verder de voorschriften van de fabrikant.

Let op!

Rookmelders hebben een beperkte levensduur om snel rook te detecteren. De sensoren zullen na verloop van tijd (10 jaar) minder goed werken. Vervang daarom na 10 jaar alle rookmelders, ook die met een vervangbare batterij.