Sociale huur

Via de sociale huur ondersteunt de overheid burgers die het moeilijk hebben op de private woningmarkt.

Vlaanderen telt volgens de voortgangstoets 2015, uitgevoerd in het kader van het decreet grond- en pandenbeleid, 158.795 sociale huurwoningen op 31 december 2014. 

Het gros van de woningen wordt verhuurd door een sociale huisvestingsmaatschappij, maar ook de VMSW, een sociaal verhuurkantoor, het Vlaams Woningfonds, een gemeente of het OCMW hebben sociale huurwoningen.

Hieronder vindt u een stapsgewijze toelichting van de regelgeving rond sociale huur.

Regelgeving

Kaderbesluit Sociale Huur

Besluit van de Vlaamse Regering tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode

Besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 1994 mbt de toepassing van artikel 80ter van de Huisvestingscode

Besluit van de Vlaamse Regering tot reglementering van het sociale huurstelsel voor de woningen die door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij of door de door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij erkende lokale sociale huisvestingsmaatschappijen worden verhuurd in toepassing van artikel 80ter van de Huisvestingscode

Ministerieel besluit van 10 september 2009 mbt het modelformulier voor de verklaring, vermeld in artikel 27, vierde lid, 2° van het Kaderbesluit Sociale Huur

Ministerieel besluit houdende vaststelling van het modelformulier voor de verklaring, vermeld in artikel 27, vierde lid, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode

Ministerieel besluit van 30 juli 2008 tot bepaling van nadere regels voor het vaststellen, de wijze van bijhouden, de inhoud en het actualiseren van het inschrijvingsregister voor kandidaat-huurders

Ministerieel besluit van 21 december 2007 mbt een aantal bepalingen van het Kaderbesluit Sociale Huur

Omzendbrief van 23 mei 2014 betreffende de vrijwillige toepassing van het KSH

Omzendbrief van 23 januari 2014 betreffende de mogelijkheid van een verkorte procedure bij de opmaak van een lokaal toewijzingsreglement voor ouderen

Meer regelgeving

Vaak gestelde vragen

Het inkomen van antecedenten en familieleden wordt in bepaalde gevallen niet of maar deels meegerekend. Wat doet u als het gaat over stiefouders en stiefkinderen?

Tussen stiefkinderen en stiefouders bestaat er geen verwantschap of juridische band. Voor hen is er geen vrijstelling van het inkomen van toepassing.
Wat kan een oplossing zijn? De stiefouder adopteert het stiefkind waardoor er wel een juridische band ontstaat.

Belangrijk: als het stiefkind gedomicilieerd is in de sociale woning, kan het wel in aanmerking komen voor de gezinskorting.

Hoe bepaalt u het gezinsinkomen van een moeder met een inwonende, meerderjarige dochter?

Dat hangt af wie van beiden referentiehuurder is.
•    Is de moeder referentiehuurder? Dan rekent u het inkomen van de dochter niet mee.
•    Is de dochter referentiehuurder? Dan rekent u het inkomen van de moeder voor de helft mee, tenzij de moeder ouder dan 65 jaar of ernstig gehandicapt is. Dan moet u haar inkomen niet meerekenen.

De referentiehuurder wordt vastgelegd bij de inschrijving. Dit kan nadien niet meer gewijzigd worden. Het gezinsinkomen wordt afgetoetst aan de inkomensgrens ‘anderen’ (lees ook: art.1, 15° van het KSH).

Een koppel dat zich wil inschrijven heeft op het aanslagbiljet onder ´gezamenlijk belastbaar inkomen´ een negatief saldo. Hoe moet u dit verwerken?

Een negatief gezinsinkomen wordt gelijkgesteld aan geen inkomen. Hierdoor moet u kijken naar het eerstvolgende jaar waarvan wel een gezinsinkomen bekend is. Hetzelfde principe geldt bij de inschrijving, toelating en de huurprijsberekening.

Wordt het inkomen altijd geïndexeerd?

Los van de periode waarop het inkomen slaat, wordt het inkomen altijd geïndexeerd volgens de gezondheidsindex van de maand juni (basis 2004).

In twee gevallen wordt het inkomen niet geïndexeerd:
inkomen van nà de maand juni dat aan het jaar van de toepassing vooraf gaat.
gezinsinkomen bij sociale woningen die een lokaal bestuur verhuurt.

Als een kandidaat-huurder niet voldoet aan de inkomensvoorwaarde, kunt u ook kijken naar het actueel besteedbaar inkomen (ABI). Geldt dit alleen voor een persoon in schuldbemiddeling of ook voor andere kandidaat-huurders?

U kijkt naar het ABI als de kandidaat bij inschrijving/toelating niet voldoet aan de inkomensvoorwaarde en in schuldbemiddeling is. Het ABI wordt vastgesteld voor alle kandidaat-huurders, namelijk alle meerderjarige personen waarvan het inkomen in rekening wordt gebracht. Het volstaat dus dat één iemand van het gezin in schuldbemiddeling is.

Maar, in de praktijk wordt er per persoon naar het Netto Belastbaar Inkomen (NBI) van drie van de laatste zes maanden gekeken. Eventuele schuldaflossingen, alimentatiegelden en vrijgestelde inkomsten worden van dit netto belastbaar inkomen afgetrokken.

Voor personen waarbij geen van deze drie ´kosten´ kunnen worden afgetrokken, zal het ABI gelijk zijn aan het NBI. Vervolgens worden de inkomens samengevoegd tot een gezamenlijk gezinsinkomen. (Lees ook: art.1, eerste lid, 1° van het KSH

Voor de huurprijsberekening kijkt u altijd naar het totale gezinsinkomen.

Het inkomen uit het referentiejaar ligt boven de inkomensgrens. Maar, het huidige inkomen valt wel onder de geldende inkomensgrens. Kunt u de persoon inschrijven?

Ja. U kunt deze persoon inschrijven.

Wat is een project Psychiatrische Zorg in de Thuissituatie bij een versnelde toewijzing aan een bijzondere doelgroep volgens art.24 van het kaderbesluit sociale huur?

De Psychiatrische Zorg in de Thuissituatie biedt volwassenen, met een langdurige en ernstige psychiatrische problematiek die min of meer gestabiliseerd is, gespecialiseerde zorg in de reguliere woonomgeving. 

Reguliere thuiszorgdiensten en thuiszorghulpverleners ondersteunen en begeleiden de patiënt in zijn omgeving. Zo willen ze de patiënt zoveel mogelijk re-integreren in de maatschappij. Meer info en initiatieven: http://www.overlegplatformsggz.be/_Psychiatrische_zorg_in_de_thuissituatie/279/ggz

Wat is een ambulant intensief behandelteam bij de versnelde toewijzing aan een bijzondere doelgroep volgens art.24 van het kaderbesluit sociale huur?

Een ambulant intensief behandelteam richt zich naar 

  • personen in een subacute of acute toestand 
  • personen met chronische psychiatrische problemen 

Het is een nieuwe vorm van geestelijke gezondheidszorg die sneller toegankelijk is en aangepaste zorg biedt aan mensen in hun thuisomgeving. De intensiteit en de duur van een interventie wordt aangepast aan patiënten met een chronische problematiek. Deze mobiele dienst is een alternatief voor een ziekenhuisopname. 
Door art.107 van de Ziekenhuiswet startten in Vlaanderen 11 projecten. Als een wijkgezondheidscentrum binnen zo een goedgekeurde projecten valt, kan het in aanmerking komen. In deze projecten zijn verschillende eerstelijnspartners binnen de geestelijke gezondheidszorg betrokken.

Opgelet: een team met een kinesist, een verpleegkundige, een maatschappelijk assistent, een psychiater, een team van huisartsen en met een derde betalersysteem is geen ambulant intensief behandelteam. 

Meer vragen