Het inschrijvingsregister voor een sociale huurwoning

Iedere persoon die voldoet aan de voorwaarden wordt opgenomen in een register. Door het grote aantal inschrijvingen spreekt men vaak over ‘de wachtlijst’. De volgorde in het register is chronologisch volgens de datum van inschrijving. Hierbij houdt men rekening met

  • de voorkeur van de kandidaat-huurder, en
  • het aanbod van de sociale verhuurder.

De kandidaat-huurders hebben inzagerecht in dit register.

De informatieplicht

De sociale verhuurder moet kandidaten bij hun inschrijving informeren over de voorwaarden, de toewijzingsregels, de verschillende types van woningen en de gezinssamenstelling waarvoor ze zijn voorzien. Een sociale huisvestingsmaatschappij of lokaal bestuur moet ook vermelden dat gezinsleden die in het kader van gezinshereniging naar België zullen komen, ook meetellen in de gezinssamenstelling van de kandidaat-huurder.

De sociale verhuurder moet ook op de mogelijkheid wijzen om de inschrijving door te sturen naar andere sociale huisvestingsmaatschappijen in de streek.

De noodzakelijke gegevens

Bij inschrijving gaat men na of de kandidaat-huurder aan alle voorwaarden voldoet. Daartoe verzamelt de sociale verhuurder de noodzakelijke stukken. Enkel voor gegevens waartoe de sociale verhuurder zelf geen toegang heeft mag hij de kandidaat-huurder zelf om de nodige documenten vragen. De inschrijvingsdatum is het moment waarop de sociale verhuurder alle noodzakelijke stukken ter beschikking heeft.

De voorkeur van de kandidaat-huurder

Bij inschrijving kan de kandidaat-huurder een voorkeur opgeven, die hij niet moet motiveren. De keuze moet wel passen binnen het beschikbare aanbod.

De sociale verhuurder moet de kandidaat-huurder dan ook informeren over de aard en de huurprijs van de beschikbare woningen, zodat die een gerichte keuze kan maken.

De aanduiding van een referentiehuurder

Bij inschrijving duidt het gezin de toekomstige referentiehuurder aan. Dit bepaalt wie rechten kan doen gelden op de woning, welke uitzonderingen op het inkomen er eventueel gelden en wie het inschrijvingsnummer behoudt wanneer het gezin uit elkaar gaat voor er een woning is toegewezen.

Het inschrijvingsbewijs

Bij inschrijving in het register ontvangt de kandidaat-huurder een inschrijvingsbewijs, met daarop het inschrijvingsnummer, de opgegeven voorkeuren, de contactgegevens en een aantal wettelijk verplichte bepalingen.

Men kan dit inschrijvingsbewijs ook bezorgen aan een andere sociale huisvestingsmaatschappij in de streek, waar de kandidaat-huurder wordt ingeschreven als hij reageert op de kennisgeving van die huisvestingsmaatschappij.

Het actueel houden van het register

De sociale verhuurders contacteren minstens om de twee jaar al hun ingeschreven kandidaten voor de actualisatie van het register. Hierbij toetst men het inkomen en vraagt men naar de actuele gezinssamenstelling. De kandidaat kan dan eventueel zijn voorkeuren wijzigen.

Regelgeving

Waar vindt u de regelgeving betreffende het inschrijvingsregister voor een sociale huurwoning?

Waar vindt u de regelgeving betreffende het inschrijvingsregister voor een sociale huurwoning?

De rechtsgrond en de modaliteiten voor het bijhouden van een inschrijvingsregister voor sociale huurwoningen vindt u terug in:

  • artikel 93, §1,eerste en derde lid en §2, artikel 94 en 100 van de Vlaamse Wooncode;
  • artikel 7 tot en met 12 van het Kaderbesluit Sociale Huur;
  • artikel 1 tot en met 7 en 8, §2 en 9 tot en met 13 van het ministerieel besluit van 30 juli 2008 tot bepaling van de regels van het inschrijvingsregister.

Kaderbesluit Sociale Huur

Besluit van de Vlaamse Regering tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode

Ministerieel besluit van 30 juli 2008 tot bepaling van nadere regels voor het vaststellen, de wijze van bijhouden, de inhoud en het actualiseren van het inschrijvingsregister voor kandidaat-huurders

Meer regelgeving

Vaak gestelde vragen

Moet u herinneringsbrieven versturen van een brief bij actualisatie of bij een aanbod van een sociale huurwoning als de oorspronkelijke brief onbestelbaar terugkomst? Dit maakt een optionele schrappingsgrond uit.

Neen: tenminste als u deze schrappingsgrond opnam in uw intern huurreglement.

SOS Actualisatie: enkele veelvoorkomende vragen

Minstens elk oneven jaar bent u verplicht uw inschrijvingsregister te actualiseren. Zo blijft uw wachtlijst up-to-date. Wij bundelden voor u de meest voorkomende vragen.

Waar vind ik alle regelgeving?

De basisprincipes staan in artikel 10, 11 en 12 van het Ministerieel Besluit tot bepaling van nadere regels voor het vaststellen, de wijze van bijhouden, de inhoud en het actualiseren van het inschrijvingsregister voor kandidaat-huurders van 30 juli 2008.

Moet u, behalve de inkomensvoorwaarde, nog andere inschrijvingsvoorwaarden controleren?

Neen: u toetst bij actualisering alleen de inkomensvoorwaarde af. Stelt u vast dat de kandidaat-huurder niet voldoet aan andere inschrijvingsvoorwaarden? Dan kunt u hem er alleen op wijzen dat hij bij een toewijzing aan alle toelatingsvoorwaarden moet voldoen.

Moet u het inkomen indexeren?

U vergelijkt het inkomen uit het referentiejaar (2016) met de inkomensgrenzen van 2019. Het inkomen uit het referentiejaar indexeert u volgens de gezondheidsindex, zoals vastgelegd is in het inkomensbegrip (zie artikel 1, eerste lid, 15° van het Kaderbesluit Sociale Huur)

Moet ik mijn actualisatiebrief naar het buitenland verzenden als een kandidaat-huurder verhuisde?

De actualisatiebrief verzendt u naar het laatst bekende adres van de kandidaat-huurder in het rijksregister, tenzij hij u uitdrukkelijk vroeg om de briefwisseling naar een ander adres te verzenden.

Ligt het laatst bekende adres in het buitenland? Dan verzendt u de actualisatiebrief dus naar het buitenland.

Naar welk adres verzend ik mijn actualisatiebrief als de kandidaat-huurder ambtshalve geschrapt is?

U verstuurt de actualisatiebrief naar het laatst gekende adres in het rijksregister, tenzij de kandidaat-huurder u uitdrukkelijk heeft gevraagd om de briefwisseling naar een ander adres te verzenden (zie artikel 10, §1 van het Ministerieel Besluit van 30 juli 2008  en art. 12 van het Kaderbesluit Sociale Huur).

Wat is de alternatieve werkwijze? Wanneer kan ik deze gebruiken?

Bij de alternatieve werkwijze zal de kandidaat-huurder alleen moet reageren als de informatie uit de Kruispuntbank Sociale Zekerheid fout is of als hij zijn keuzes wil wijzigen. U bent dan ook niet verplicht om een herinneringsbrief te sturen.

Deze werkwijze wordt toegevoegd aan artikel 10 van het Ministerieel Besluit van 30 juli 2008. Momenteel zit het wijzigingsbesluit bij de Raad van State. Pas na definitieve goedkeuring en publicatie in het Belgisch Staatsblad kunt u deze werkwijze gebruiken (streefdatum: eind maart 2019).

Kunt u een extra kamer toekennen voor medische redenen als dit in strijd is met het interne huurreglement en de vooropgestelde rationele bezetting van de sociale huurwoning?

Neen: u moet dan het intern huurreglement aanpassen. U kunt immers niet zomaar afwijken van het intern huurreglement.

Kunt u voor de rationele bezetting van een sociale huurwoning rekening houden met een kandidaat-huurder die een omgangsrecht heeft voor zijn kinderen die niet bij hem gedomicilieerd zijn?

Ja, dit kan. Het is wel nodig dat de kinderen regelmatig verblijven bij de kandidaat-huurder. Dit is minstens één overnachting . De (kandidaat)-huurder kan afzien van dit recht.

Kunt u rekening houden met ongeboren kinderen om de rationele bezetting te bepalen als u een sociale huurwoning toewijst?

U kunt akkoord gaan met een uitbreiding van het type woning waar de kandidaat-huurder voor kiest. Maar, u moet de kandidaat-huurder goed informeren dat u de woning pas kunt toewijzen nadat het kind geboren is. De gezinssamenstelling moet zo dicht mogelijk aanleunen bij de rationele bezetting van de woning.

Wat bedoelt de regelgever met ‘gezinshereniging’ bij inschrijving voor een sociale huurwoning?

Een kandidaat-huurder schrijft zich in voor een woning volgens de gezinssamenstelling (rationele bezetting). Bij een gezinshereniging schrijft de kandidaat-huurder zich in op basis van de gezinssamenstelling na hereniging. 
Gezinshereniging is de situatie waarbij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ)  gezinsleden uit het buitenland de toestemming geeft om hun gezin in België te vervoegen. Het maakt daarbij niet uit of het om de kinderen of de ouders gaat.
Procedure: Als voor toewijzing de gezinshereniging nog niet plaatsvond, kijkt u naar de gezinssamenstelling op dat moment.
Het is dus geen gezin dat tijdelijk gesplitst is, maar wel in België verblijft, en zich na toewijzing wil herenigen.
Deze procedure is niet van toepassing voor SVK’s.

U kunt voor maximaal 1 jaar na weigering geen sociale huurwoning aanbieden aan een kandidaat-huurder. Als de toewijzing van de kandidaat een bedreiging vormt voor de integriteit van de andere bewoners, kunt u deze periode verlengen?

Neen, tenzij u met nieuwe feiten een gemotiveerde beslissing kunt nemen. U kunt ook opteren voor een begeleidingsovereenkomst.
De kandidaat-huurder kan klacht indienen bij de toezichthouder tegen de beslissing tot weigering van toewijzing. 

Kunt u een kandidaat-huurder voor een sociale woning schrappen op basis van verbale of fysieke agressie tegenover uw personeel?

Neen, u kunt de inschrijving niet schrappen. U kan best een klacht indienen bij de politie.

Een kandidaat-huurder wil zijn kandidaatstelling voor een sociale huurwoning uitbreiden naar andere SHM’s die in de gemeente of aangrenzende gemeenten actief zijn. Hij kan dit vragen aan de SHM waar hij zich inschrijft. Hoe doet u dit?

Het volstaat om de documenten in te scannen en via e-mail te versturen.

Elke verhuurder kan wel nog altijd vragen aan de kandidaat-huurder om naar zijn kantoor te komen voordat de inschrijving definitief is. Zo kan de kandidaat-huurder zijn voorkeuren voor de ligging, het type woning en de huurprijs laten weten.

U kunt de actualisering van deze kandidatuurstellingen samen met uw collega-SHM's organiseren. Zo moet de kandidaat-huurder zijn dossier maar één keer vervolledigen (KSH art.9, 2de lid en KSH art.11, 2de lid).

Wat is de sanctie als een kandidaat-huurder tijdens zijn kandidatuur voor een sociale huurwoning een wijziging van de gezinssamenstelling of het adres niet binnen de maand meedeelt aan de sociale huisvestingsmaatschappij?

Er is geen sanctie. Maar dit kan in het nadeel van de kandidaat-huurder zijn. De kandidaat-huurder kan een mogelijke gepaste toewijzing mislopen door u zijn gewijzigde gezinssamenstelling niet te melden. Zo kan de wachttijd op een gepaste woning verlengen.
Bij kwade trouw, kunt u overgaan tot de schrapping van de kandidatuur (artikel 12, §1, eerste lid, 4° KSH). Kwade trouw wordt niet vermoed en moet bewezen worden.

Moet iedere meerderjarige persoon het inschrijvingsformulier ondertekenen bij inschrijving voor een sociale huurwoning?

Nee, bij de inschrijving is het geen verplichting. Maar, het is wel aangewezen als u de taalbereidheidsvoorwaarde wilt aftoetsen en dit niet mogelijk is op basis van een attest.

Mag u een verklaring van een arts of van een ander medisch geschoold persoon aanvaarden, als deze zich uitspreekt over bv. een gebrek aan kinderopvang, om een kandidaat-huurder voor een sociale huurwoning vrij te stellen van de taalbereidheidsvoorwaarde?

Neen: u houdt enkel rekening met een medisch attest. Dit attest moet zich ook effectief uitspreken over medische zaken. U hoeft geen rekening te houden met een medische verklaring die geen medische inhoud bevat.

Geldt een gebrek aan kinderopvang als een geldige reden voor een tijdelijke opschorting als een (kandidaat-)huurder voor een sociale huurwoning niet instapt in een cursus NT2?

Ja: de persoonlijke redenen die kunnen leiden tot een tijdelijke opschorting voor de taalbereidheidsvoorwaarde zijn opgenomen in art. 3 van het Kaderbesluit sociale huur.
Een gebrek aan reguliere kinderopvang is één van de negen geldige redenen.

Moeten meerderjarige kinderen die door gezinshereniging in de sociale huurwoning wonen, aan de taalbereidheidsvoorwaarde voldoen?

Ja: dat is een van de toetredingsvoorwaarden.

Een kandidaat-huurder voor een sociale huurwoning doet een eerste intake, maar geeft hieraan geen gepast gevolg. Later is deze persoon wel bereid om een cursus NT2 te volgen. Wat moet hij doen?

Hij moet een nieuwe intake laten afnemen. Enkel de meest recente intakedatum telt. Deze mag niet langer dan 6 maanden geleden zijn.

Kunt u een kandidaat-huurder inschrijven voor een sociale huurwoning als hij niet in staat is Nederlands te spreken en/of te verstaan, terwijl hij een document voorlegt waarin staat dat hij de lessen volgde of aan het volgen is met 80% aanwezigheid?

Als de kandidaat-huurder bewijst dat hij 80% aanwezig was bij een NT2-cursus, toont hij de bereidheid om Nederlands te leren aan. Het gaat over de bereidheid om Nederlands te leren en niet over een resultaatsverbintenis.

Kunt u in de Kruispuntbank Inburgering (KBI) zien of een (kandidaat-)huurder voor een sociale huurwoning een hoger niveau NT2 volgt? En geldt dit als bewijs dat de (kandidaat-)huurder niveau NT2 A.1 heeft behaald?

Ja: cursisten die een vervolgniveau NT2 volgen, vindt u in de KBI. Iemand die een vervolgniveau NT2 volgt heeft dan ook het niveau NT2 A.1 behaald.

Mag een Franstalige een Franstalig attest voorleggen om vrijgesteld te worden van de taalbereidheid bij inschrijving voor een sociale huurwoning?

Ja.

Hoe kunt u nagaan of een kandidaat-huurder voor een sociale huurwoning 80% aanwezig was in zijn lessen Nederlands?

U kunt via de Kruispuntbank Inburgering (KBI) deze informatie opvragen. Deze toepassing is actief sinds 4 april 2008.

Vallen Franstaligen uit de faciliteitengemeenten en randgemeenten onder de taalbereidheid voor een sociale huurwoning?

Ja: tenzij ze op de taalfaciliteiten een beroep willen doen voor een woning in een rand– of faciliteitengemeente. U leest hierover meer in het arrest van het Grondwettelijk Hof van 10 juli 2008 en het advies van de vaste commissie van Taaltoezicht van 20 april 2012.

Waarom worden 65-plussers niet vrijgesteld van de taalbereidheidsvoorwaarde bij inschrijving voor een sociale huurwoning?

Een verplichte inburgeraar die ouder is dan 65 jaar, is vrijgesteld om een inburgeringstraject te volgen.

De taalbereidheidsvoorwaarde wordt opgelegd om de communicatie tussen u en de huurder te bevorderen. Die communicatie stopt uiteraard niet op 65 jaar.
De verplichte inburgeraar is daarom enkel vrijgesteld van het inburgeringstraject vanaf 65 jaar (Inburgeringsdecreet - 28.02.2003).

Mag u een persoon die ambtelijk geschrapt werd inschrijven voor een sociale huurwoning?

U kunt een persoon die ambtshalve geschrapt werd uit het bevolkingsregister (bv. bij daklozen) inschrijven als hij een referentieadres neemt bij een OCMW of een natuurlijk persoon (KSH; art. 3, §1, eerste lid, 6°).

Moet u de huurovereenkomst opzeggen als een huurder van een sociale huurwoning ingeschreven was in het vreemdelingenregister, maar naar het wachtregister is verplaatst.

Neen: dit is geen opzeggingsreden.

Kunnen niet-erkende vluchtelingen en asielzoekers zich inschrijven als kandidaat-huurder voor een sociale woning?

Neen: de opvang van vluchtelingen en asielzoekers is een federale bevoegdheid.

Wat doet u als een (kandidaat-)huurder voor een sociale huurwoning een attest van het onthaalbureau/Huis van Nederlands kan voorleggen, maar de KBI weerlegt dit attest?

Het kan dat de huidige situatie van de huurder niet overeenstemt met de elektronische beschikbare informatie. Het updaten van de elektronische gegevens kan wat tijd in beslag nemen. Dit kan leiden tot onjuiste informatie over de (kandidaat-)huurder. Als de (kandidaat-)huurder met een attest aantoont wat zijn werkelijke situatie is, moet u aan het attest prioriteit geven. U moet dit dan wel controleren door de verstrekker van dit attest te contacteren.

Wat doet u als een (kandidaat-)huurder voor een sociale huurwoning een kopie van een attest van het onthaalbureau/Huis van Nederlands voorlegt en u dit niet elektronisch kunt nagaan?

Als er geen informatie beschikbaar is in de Kruispuntbank Inburgering, kunt u met het attest werken.

De kandidaat-huurder heeft een verkoopscompromis getekend om zijn eigendom te verkopen. Is dit voldoende om aan de eigendomsvoorwaarde voor een sociale huurwoning te voldoen?

Neen: een compromis is niet tegenstelbaar aan derden of dus bindend voor uw SHM of SVK. De notaris moet de akte eerst verlijden: pas dan is de eigendomsoverdracht bindend voor uw SHM of SVK. De kandidaat-huurder voldoet dus pas aan de eigendomsvoorwaarde, als de akte verleden is.

Hoe moet u de eigendomsvoorwaarde controleren van de kandidaat-huurder?

U kunt het kadaster raadplegen via de OP-toepassing van de VMSW.

Mag een (kandidaat-) huurder een vakantiewoning hebben?

Kandidaat-huurders moeten bij inschrijving en toewijzing voldoen aan de eigendomsvoorwaarde. Zo mag iemand, samen met zijn gezinsleden, geen woning of bouwgrond volledig of gedeeltelijk in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik hebben (artikel 3, §1, eerste lid, 3° KSH).

Sommige woningen moet u niet in aanmerking nemen voor de eigendomsvoorwaarde. Deze staan opgesomd in artikel 3, §4 van het KSH. Zo telt een (vakantie)woning in een ruimtelijke bestemmingszone in België waar wonen niet is toegelaten, niet mee. Na toewijzing moet de kandidaat zijn woning dan ook niet verkopen of wegschenken.

Mag een huurder een vakantiewoning hebben?

Ook huurders mogen een woning hebben die ligt in een ruimtelijke bestemmingszone in België waar wonen niet is toegelaten (artikel 33, §1, tweede lid KSH). Een sociale huurder mag dus een vakantieverblijf in België aankopen dat ligt in een zone waar permanent wonen niet is toegelaten.

Om zeker te zijn over de ruimtelijke bestemmingszone, kan de (kandidaat-)huurder de dienst Ruimtelijke Ordening contacteren van de gemeente waar de woning ligt.

Voldoet een zittende huurder met een handelspand in volle eigendom, dat niet bestemd is voor bewoning, aan de eigendomsvoorwaarde voor een sociale huurwoning?

Ja: deze eigendom is immers geen ‘woning’. Een woning is elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande (VWC, art. 2, §1, eerste lid, 11°).

Mag u een ambassade contacteren om na te gaan of een kandidaat-huurder voor een sociale huurwoning voldoet aan de eigendomsvoorwaarde?

Ja: u heeft het recht om officiële instanties aan te schrijven voor het onderzoek naar de huurdersverplichtingen (KSH; Hfdst. IX).

Moet u de huurder van een sociale woning nog bevragen als een persoon bij de Kruispuntbank Sociale Zekerheid (KSZ) als persoon ten laste is aangeduid? Kunt u dit zonder meer aannemen, aangezien niet alle personen ten laste gekend zouden zijn bij de KSZ?

De gegevens over personen ten laste uit de KSZ zijn momenteel beperkt tot de kinderbijslaggerechtigheid. In principe kunt u de gegevens van KSZ aannemen.
Het klopt dat niet alle bijslaggerechtigde kinderen gekend zijn bij de KSZ.
Dit is onder meer zo bij zelfstandigen, werknemers van de NMBS, de Post, Belgacom, …

Indien gegevens elektronisch beschikbaar zijn, geeft u deze manier van werken prioriteit. U kunt deze gegevens laten verifiëren door de huurders. Incorrecte gegevens kan u aan de VMSW signaleren.

Wat moet u verstaan onder ‘alle door het gemeen recht toegestane bewijsmiddelen aanvoeren, met uitzondering van de eed’?

Het Burgerlijk Wetboek somt in art. 1316 de toegelaten bewijsmiddelen op. Deze bewijsmiddelen zijn: het schriftelijk bewijs, het bewijs door getuigen, de vermoedens, de bekentenis van partijen en de eed.
Deze bewijsmiddelen, behalve de eed, komen in aanmerking om de gezinssamenstelling te bepalen.

Moet u minderjarige kinderen aftoetsen aan de inschrijvings- en toelatingsvoorwaarden voor een sociale huurwoning?

U moet minderjarige kinderen niet aftoetsen aan de inschrijvings- en toelatingsvoorwaarden. Enkel voor de eigendomsvoorwaarde controleert u ze samen met het gezin bij inschrijving en toelating. Dit geldt ook voor (minderjarige) kinderen die regelmatig in de sociale woning zullen verblijven.

Moet u voor het bepalen van de inkomensgrens bij inschrijving voor een sociale huurwoning rekening houden met een kind in co-ouderschap dat niet gedomicilieerd is bij de kandidaat-huurder?

Een kind dat niet gedomicilieerd is bij de kandidaat-huurder, maar er wel op regelmatige basis verblijft, is een persoon ten laste. De inkomensgrens is hierdoor hoger. De kandidaat-huurder kan bewijzen dat het kind op regelmatige basis bij hem verblijft door een formele beslissing. Dat is bv. een uitspraak van een jeugdrechter, een regelingsakte, een vonnis, een gehomologeerde overeenkomst, … Als dit niet mogelijk is, volstaat een verklaring op erewoord van beide ouders. Deze verklaring moeten de ouders zowel op het moment van inschrijving, als op het moment van toewijzing afleggen.
Pleegkinderen en stiefkinderen kunt u ook als persoon ten laste beschouwen.

Wat is een onherstelbaar ontwricht huwelijk voor de sociale huurwetgeving?

Het begrip ´onherstelbare ontwrichting van het huwelijk´ komt uit de echtscheidingswet van 27 april 2007. Een onherstelbaar ontwricht huwelijk stelt dat de voortzetting van het samenleven tussen de echtgenoten en de hervatting ervan onmogelijk is als gevolg van deze ontwrichting. Het bewijs van de onherstelbare ontwrichting kan met alle wettelijke middelen worden geleverd. (Burgerlijk Wetboek; art. 229).

In het KSH wordt niet verduidelijkt op welke wijze de (kandidaat-)huurder de ontwrichting moet aantonen. Wel moet u de situatie kunnen beoordelen op basis van elementen die de (kandidaat-)huurder aanreikt.
Voorbeelden zijn een bewijs van feitelijke scheiding, een proces-verbaal waarin partnergeweld is vastgesteld, documenten van een advocaat of vrederechter, ... Er is geen eindige lijst opgesteld dus u moet zelf deze afweging maken.

In een antwoord op een parlementaire vraag stelde de minister dat een verklaring op eer niet voldoende is. Bij een verklaring wordt immers geen enkel feitelijk element aangereikt.

Kan een persoon uit het wachtregister die huwt of wettelijk gaat samenwonen met een sociale huurder, zelf een sociale huurder worden?

Een persoon die in het wachtregister staat, kan de sociale woning alleen betrekken als tijdelijke bijwoner. Deze persoon is geen duurzame bewoner zolang er geen definitieve uitspraak in hun procedure is. Hun verblijfsstatuut is namelijk te precair. Het Grondwettelijk Hof oordeelde dit.

De huurder moet de tijdelijke bijwoner aan u melden. U kunt de bijwoonst alleen weigeren als dit tot een onaangepaste woning leidt.

Pas nadat deze persoon een definitieve positieve beslissing over zijn verblijfsrecht kreeg, kan hij huurder worden. Dan is zijn verblijfsrecht zeker en kan hij duurzaam de sociale woning betrekken. Krijgt de persoon een definitieve negatieve beslissing, dan moet hij de woning verlaten.

Moeten zittende huurders die verhuizen naar een andere sociale huurwoning, opnieuw voldoen aan de voorwaarden?

Als de huurders vrijwillig verhuizen, moeten ze voldoen aan de inschrijvings- en toelatingsvoorwaarden.

Als ze verhuizen op basis van een voorrangsregel, geldt de inkomensvoorwaarde niet (art.19 2de lid KSH).  Als de huurders een huurovereenkomst hadden op 1 januari 2008, gelden de taal- en inburgeringsbereidheid en de proefperiode niet (art. 16 van het decreet van 15.12.2006).

Aan welke voorwaarden moeten meerderjarige kinderen, die uit het buitenland overkomen, voldoen als ze in een al toegewezen sociale huurwoning willen wonen?

Meerderjarige kinderen die overkomen uit het buitenland moeten voldoen aan de toetredingsvoorwaarden om toe te treden tot het huurcontract. Het spreekt vanzelf dat u hen de tijd geeft om de administratieve verplichtingen in orde te brengen. Dit is vooral van belang voor de inschrijving in het vreemdelingenregister. Als ze voldoen, worden ze huurder categorie c). Ze moeten hiervoor een bijvoegsel ondertekenen. Hierna start de proefperiode.

Tussen de inschrijving en toewijzing van de sociale huurwoning komt er een gezinslid bij dat niet voldoet aan de inschrijvingsvoorwaarden. Wat zijn de gevolgen als hij in de sociale huurwoning wil wonen?

Om correct toe te wijzen, moet u de inschrijving in het register aanpassen aan de nieuwe gezinssituatie. U bent niet verplicht om bij deze melding de inschrijvingsvoorwaarden voor de bijkomende kandidaat te controleren. Wel wijst u de kandidaat-huurder er best op dat het volledige gezin moet voldoen aan de inkomensvoorwaarde, als u het inschrijvingsregister actualiseert of de toelatingsvoorwaarden controleert bij een aanbod van een sociale woning.

Wat betekenen de verschillende huurderscategorieën voor de sociale huurwetgeving?

Er zijn drie categorieën huurders (art.2, 34° van de Vlaamse Wooncode):
Huurders van categorie a) zijn de referentiehuurder en zijn feitelijke of wettelijke partner bij de aanvang van de huurovereenkomst. Zij moeten voldoen aan de toelatingsvoorwaarden.
Huurders van categorie b) zijn:
de personen die na de aanvang van de huurovereenkomst huwen of wettelijk samenwonen met de huurder van categorie a)
de feitelijke partner die een jaar als huurder van categorie c) samenwoont met de huurder van categorie a)

Aan welke voorwaarden moeten huurders van categorie b) voldoen? 

De wettelijke samenwoners en de gehuwden moeten voldoen aan de toetredingsvoorwaarden (= toelatingsvoorwaarden met uitzondering van de inkomensvoorwaarde).

De feitelijke partner die na een jaar samenwonen met de huurder van categorie a) moest al voldoen aan de toetredingsvoorwaarden (= toelatingsvoorwaarden met uitzondering van de inkomensvoorwaarde) op moment van toetreding tot het contract als huurder van categorie c).

Huurders van categorie c) zijn:
personen die bij de aanvang van de huurovereenkomst in de woning wonen en die geen referentiehuurder of wettelijke partner zijn. Dit zijn bv. meerderjarige kinderen en derden
personen die later toetreden tot de huurovereenkomst (behalve wettelijke samenwonenden of gehuwden met een huurder van categorie a)

Aan welke voorwaarden moeten huurders van categorie c voldoen?

Personen die bij aanvang van de huurovereenkomst de woning bewonen en die geen referentiehuurder of wettelijke of feitelijke partner zijn, moeten voldoen aan de toelatingsvoorwaarden.
Personen die later toetreden tot de huurovereenkomst (behalve wettelijke samenwonenden of gehuwden met een huurder van categorie a), moeten voldoen aan de toetredingsvoorwaarden (= toelatingsvoorwaarden met uitzondering van de inkomensvoorwaarde).

Tot welke categorie behoort een feitelijke partner die toetreedt tot de huurovereenkomst?

Als een feitelijke partner toetreedt tot de huurovereenkomst, doet hij dat als huurder van categorie c). Na 1 jaar wordt hij automatisch een huurder van categorie b), als hij bij toetreding aan u verklaarde met een verklaring op erewoord dat hij de feitelijke partner is. De verklaring op erewoord is geldig nadat de referentiehuurder dit bevestigt. De referentiehuurder kan hoogstens één feitelijke partner tegelijkertijd erkennen.

Tot welke categorie behoren inwonende kinderen als ze meerderjarig worden?

Als inwonende kinderen meerderjarig worden, worden ze op dat moment huurder van categorie c). Ze moeten dan voldoen aan de toetredingsvoorwaarden. Dat zijn de toelatingsvoorwaarden met uitzondering van de inkomensvoorwaarde  (art.95, tweede lid van de Vlaamse Wooncode). U kunt de toelatingsvoorwaarden niet aftoetsen, door het recht op gezinsvorming (artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens). Als huurder moeten ze alle huurderverplichtingen naleven.

Wat is een onaangepaste woning voor de sociale huurwetgeving?

Een onaangepaste woning is een woning die niet aangepast is aan:

U kunt die onaangepastheid vaststellen door een eigen onderzoek.

Meer vragen

Contact

Adres: 
Servicedesk Kaderbesluit Sociale Verhuring
Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen
Havenlaan 88 bus 94
1000 Brussel
Email: 
Telefoonnummer: